Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 271
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie met diverse correcties en doorhalingen.

Vermoedelijk mei 1942 (gebaseerd op kantlijnnotities "20/5 42" en "16/5/42").

Origineel

Handgeschreven conceptbrief of ambtelijke notitie met diverse correcties en doorhalingen. Vermoedelijk mei 1942 (gebaseerd op kantlijnnotities "20/5 42" en "16/5/42"). [Linksboven in de kantlijn:]
Nader op
2e brief 9-1942
Min(ist) (v) L & V
Wijst(er) km 20/5 42

[Rode inkt:]
28/11/317
16/5/42 [geparafeerd]

[Bovenaan midden:]
S/ [in rood]
4 doorslag typen [in rood, doorgestreept]

[Tekst:]
WelEd. Heer

Onder terugzending van het uwer kant d.d. dier onder no. 363 L.V. 1942 aan adressant gedaan stuk heb ik de eer U het volgende te berichten:

Het is een misvatting van den Adviseur V.D. dat het tenenmale denkbeeld zou ontstaan zijn aan de maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen [tussenvoeging: overdracht dan wel] laatstelijk hebben tot taak een reorganisatie of liquidatie van de zaak door te voeren waar zij als "bewindvoerder" of "Treuhänder" zijn aangesteld. De beheerder zoo als in mijn voorstel gedacht zal blijken de betrekking op heden als curator zooals in geval van een faillissement.

[doorgestreept: Zooals zal, dit ligt voor de hand, geen andere beheerder te zijn dan deze te controleeren dat het doel waarvoor hij wordt aangesteld wordt bereikt, dit i.c. dat de maximum prijzen worden gehandhaafd. Een dergelijke controle taak kan door de controleurs van de C.C.C.D. worden verricht. Zonder deze bijzonder controle betaald wordt door dengene die ze noodig maakt, zoals door mij gedacht, kan een meer uitgebreid corps controleurs C.C.C.D. niet uit te breiden vooral omdat de ambtenaren zodanig een eventueel slechts in de algemeene controle hun nuttig werk zullen kunnen doen zoolang ze niet als "beheerder" ex-fatto.]

[Kantlijn links:]
Centrale Crisis Controle Dienst
[Pijl naar tekst:] 1. Administratieve context: Het document is een ambtelijke discussie over de uitvoering van de verordeningen met betrekking tot het beheer van Joods eigendom (Arisering). De schrijver reageert op een "Adviseur V.D." (mogelijk Van Dam of een adviseur van de gemachtigde voor de prijzen).
2. Terminologie: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen een "bewindvoerder" (gelieerd aan reorganisatie/liquidatie) en de Duitse term "Treuhänder". De schrijver stelt een alternatief voor waarbij de nadruk ligt op prijscontrole door de C.C.C.D. in plaats van direct beheer.
3. Toon en strekking: De tekst heeft een technocratisch karakter. De schrijver probeert een efficiëntere methode te vinden voor toezicht op ondernemingen. Opvallend is de referentie naar de "S.S." (Schutzstaffel) aan wie het oordeel over de uitvoering zou moeten worden overgelaten indien zij voor het plan voelen. Dit duidt op de verregaande invloed van SS-organen op het economisch beleid in bezet Nederland vanaf 1942.
4. Correcties: De grote doorgestreepte alinea suggereert een heroverweging van de argumentatie over hoe de C.C.C.D.-controleurs gefinancierd en ingezet moeten worden. Dit document bevindt zich in de historische context van de economische uitsluiting van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven onder verplicht beheer gesteld (Verordening 48/1941). Dit proces leidde vaak tot 'Arisering' (verkoop aan niet-Joden) of liquidatie.

De Centrale Crisis Controle Dienst (C.C.C.D.) was oorspronkelijk opgericht in de jaren '30 om de crisiswetgeving te handhaven, maar werd tijdens de oorlog door de bezetter ingezet voor de controle op distributie en prijzen. Uit dit document blijkt hoe ambtelijke instanties zochten naar de praktische invulling van dit toezicht binnen het raamwerk van de anti-Joodse maatregelen, waarbij ook de verhouding tot Duitse machtsorganen zoals de SS een rol speelde.

Samenvatting

  1. Administratieve context: Het document is een ambtelijke discussie over de uitvoering van de verordeningen met betrekking tot het beheer van Joods eigendom (Arisering). De schrijver reageert op een "Adviseur V.D." (mogelijk Van Dam of een adviseur van de gemachtigde voor de prijzen).
  2. Terminologie: Er wordt expliciet onderscheid gemaakt tussen een "bewindvoerder" (gelieerd aan reorganisatie/liquidatie) en de Duitse term "Treuhänder". De schrijver stelt een alternatief voor waarbij de nadruk ligt op prijscontrole door de C.C.C.D. in plaats van direct beheer.
  3. Toon en strekking: De tekst heeft een technocratisch karakter. De schrijver probeert een efficiëntere methode te vinden voor toezicht op ondernemingen. Opvallend is de referentie naar de "S.S." (Schutzstaffel) aan wie het oordeel over de uitvoering zou moeten worden overgelaten indien zij voor het plan voelen. Dit duidt op de verregaande invloed van SS-organen op het economisch beleid in bezet Nederland vanaf 1942.
  4. Correcties: De grote doorgestreepte alinea suggereert een heroverweging van de argumentatie over hoe de C.C.C.D.-controleurs gefinancierd en ingezet moeten worden.

Historische Context

Dit document bevindt zich in de historische context van de economische uitsluiting van Joden in Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1941 werden Joodse bedrijven onder verplicht beheer gesteld (Verordening 48/1941). Dit proces leidde vaak tot 'Arisering' (verkoop aan niet-Joden) of liquidatie.

De Centrale Crisis Controle Dienst (C.C.C.D.) was oorspronkelijk opgericht in de jaren '30 om de crisiswetgeving te handhaven, maar werd tijdens de oorlog door de bezetter ingezet voor de controle op distributie en prijzen. Uit dit document blijkt hoe ambtelijke instanties zochten naar de praktische invulling van dit toezicht binnen het raamwerk van de anti-Joodse maatregelen, waarbij ook de verhouding tot Duitse machtsorganen zoals de SS een rol speelde.

Gerelateerde Documenten 6