Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 273
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

16 mei 1942.

Origineel

16 mei 1942. 2C/12/3 M.
16 Mei 1942.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 1 dezer onder No.363 L.M.1942 om advies ontvangen stuk heb ik de eer U het volgende te berichten.

Het is een misvatting van den Gemeentelijken Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden, dat het bewuste denkbeeld zou ontleend zijn aan den maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen. Deze laatsten hebben tot taak een reorganisatie, overdracht dan wel liquidatie van de zaak door te voeren waarin zij als "Treuhänder" zijn aangesteld. De beheerder zoo als in mijn voorstel gedacht zal blijkens de toelichting optreden als curator zooals ingeval van faillissement. Zijn taak zal, dit ligt voor de hand, geen andere behoeven te zijn dan te contrôleeren dat het doel waarvoor hij wordt aangesteld, wordt bereikt, i.c. dat de maximumprijzen worden gehandhaafd. Een dergelijke taak kan door iederen contrôleur van den Centralen Crisis Contrôle Dienst worden verricht. Indien deze bijzondere contrôle betaald wordt door dengene, die ze noodig maakt, zooals door mij gedacht, kan er mijns inziens geen bezwaar zijn het corps contrôleurs van den Centralen Crisis Contrôle Dienst uit te breiden vooral omdat deze contrôleurs eventueel steeds in de algemeene contrôle zeer nuttig en noodig werk zullen kunnen doen zoolang ze niet als "beheerder" speciale en onafgebroken contrôle in een zaak uitoefenen. Intusschen moet mijns inziens aan het oordeel van den Secretaris-Generaal worden overgelaten, indien deze voor het denkbeeld zou voelen, op welke wijze hij de uitvoering zou willen doen plaats hebben.

Ik merk nog op, dat ik in mijn rapport te dezer zake mij heb voorgesteld dat het straffen van prijsovertreders meer zou moeten worden gezocht in het opleggen van zware boete's en dat slechts in uiterste noodzaak zou worden overgegaan tot sluiting van de zaak c.q. de in mijn voorstel in plaats daarvan gedachte aanstelling van een "beheerder". * Doel van de brief: De schrijver reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Hij weerspreekt de suggestie van een gemeentelijk adviseur dat zijn voorstel voor het aanstellen van beheerders gebaseerd zou zijn op de nazi-maatregelen tegen Joodse ondernemingen.
* Kern van het geschil: Er is een concept-voorstel om toezichthouders ("beheerders") aan te stellen bij bedrijven die zich niet aan de maximumprijzen houden. De adviseur zag hierin een parallel met de "Treuhänder" (bewindvoerders) die door de bezetter werden aangesteld om Joods bezit te onteigenen of te liquideren.
* Argumentatie: De auteur stelt dat zijn voorgestelde "beheerder" een puur economische controlefunctie heeft (vergelijkbaar met een curator in een faillissement) om prijsopdrijving tegen te gaan, zonder de ideologische of onteigeningsdoelen van de Duitse "Treuhänder".
* Voorgestelde oplossing: De auteur stelt voor om in plaats van een vaste beheerder, vaker gebruik te maken van de Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCD). De kosten voor dit verscherpte toezicht zouden verhaald moeten worden op de overtreder zelf.
* Sanctiebeleid: De voorkeur van de auteur gaat uit naar zware geldboetes. Drastische maatregelen zoals bedrijfssluiting of de gedwongen aanstelling van een beheerder ziet hij slechts als laatste redmiddel. Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De economie stond onder strikte controle ("Lenz-prijzen" en distributie) om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Tegelijkertijd was de "Arisering" van de economie in volle gang, waarbij Joodse ondernemers uit hun zaken werden gezet en vervangen door pro-Duitse "Treuhänders".

De brief illustreert de precaire positie van Nederlandse ambtenaren en bestuurders: zij moesten enerzijds de orde en de voedselvoorziening handhaven via distributieregels en prijscontroles, maar wilden anderzijds voorkomen dat hun eigen instrumentarium verward werd met — of gelijkgesteld werd aan — de antisemitische en onteigeningspolitiek van de bezetter. De vermelding van de "Secretaris-Generaal" verwijst naar de hoogste Nederlandse ambtenaren die gedurende de bezetting de ministeries aanstuurden onder toezicht van de Duitse autoriteiten.

Samenvatting

  • Doel van de brief: De schrijver reageert op een adviesaanvraag van de Wethouder voor de Levensmiddelen. Hij weerspreekt de suggestie van een gemeentelijk adviseur dat zijn voorstel voor het aanstellen van beheerders gebaseerd zou zijn op de nazi-maatregelen tegen Joodse ondernemingen.
  • Kern van het geschil: Er is een concept-voorstel om toezichthouders ("beheerders") aan te stellen bij bedrijven die zich niet aan de maximumprijzen houden. De adviseur zag hierin een parallel met de "Treuhänder" (bewindvoerders) die door de bezetter werden aangesteld om Joods bezit te onteigenen of te liquideren.
  • Argumentatie: De auteur stelt dat zijn voorgestelde "beheerder" een puur economische controlefunctie heeft (vergelijkbaar met een curator in een faillissement) om prijsopdrijving tegen te gaan, zonder de ideologische of onteigeningsdoelen van de Duitse "Treuhänder".
  • Voorgestelde oplossing: De auteur stelt voor om in plaats van een vaste beheerder, vaker gebruik te maken van de Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCD). De kosten voor dit verscherpte toezicht zouden verhaald moeten worden op de overtreder zelf.
  • Sanctiebeleid: De voorkeur van de auteur gaat uit naar zware geldboetes. Drastische maatregelen zoals bedrijfssluiting of de gedwongen aanstelling van een beheerder ziet hij slechts als laatste redmiddel.

Historische Context

Dit document stamt uit mei 1942, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland steeds grimmiger werd. De economie stond onder strikte controle ("Lenz-prijzen" en distributie) om inflatie en zwarte handel tegen te gaan. Tegelijkertijd was de "Arisering" van de economie in volle gang, waarbij Joodse ondernemers uit hun zaken werden gezet en vervangen door pro-Duitse "Treuhänders".

De brief illustreert de precaire positie van Nederlandse ambtenaren en bestuurders: zij moesten enerzijds de orde en de voedselvoorziening handhaven via distributieregels en prijscontroles, maar wilden anderzijds voorkomen dat hun eigen instrumentarium verward werd met — of gelijkgesteld werd aan — de antisemitische en onteigeningspolitiek van de bezetter. De vermelding van de "Secretaris-Generaal" verwijst naar de hoogste Nederlandse ambtenaren die gedurende de bezetting de ministeries aanstuurden onder toezicht van de Duitse autoriteiten.

Gerelateerde Documenten 6