Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 289
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Dienstbrief met ambtelijke kanttekeningen.

Van: Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). Dossier: 2, 363

Origineel

Dienstbrief met ambtelijke kanttekeningen. Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). [Briefhoofd]
№ 363 L.M. 1942 18/5
MARKTWEZEN AMSTERDAM S/HG.
TELEFOONNUMMER 85151
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 2C/12/3 M.
AMSTERDAM (W.) 16 Mei 1942.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

[Adressering]
AAN den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier.

[Stempel linksboven]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van: den Heer fun. adviseur voor voedings- en distributie-aangelegenheden om advies.
A’dam, 19 Mei 1942.

[Inhoud brief]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 1 dezer onder No. 363 L.M. 1942 om advies ontvangen stuk heb ik de eer U het volgende te berichten.

Het is een misvatting van den Gemeentelijken Adviseur voor voedings- en distributieaangelegenheden, dat het bewuste denkbeeld zou ontleend zijn aan den maatregel tot het aanstellen van bewindvoerders in Joodsche ondernemingen. Deze laatsten hebben tot taak een reorganisatie, overdracht dan wel liquidatie van de zaak door te voeren waarin zij als "Treuhänder" zijn aangesteld. De beheerder zoo als in mijn voorstel gedacht zal blijkens de toelichting optreden als curator zooals ingeval van faillissement. Zijn taak zal, dit ligt voor de hand, geen andere behoeven te zijn dan te contrôleeren dat het doel waarvoor hij wordt aangesteld, wordt bereikt, i.c. dat de maximumprijzen worden gehandhaafd. Een dergelijke taak kan door iederen contrôleur van den Centralen Crisis Contrôle Dienst worden verricht. Indien deze bijzondere contrôle betaald wordt door dengene, die ze noodig maakt, zooals door mij gedacht, kan er mijns inziens geen bezwaar zijn het corps contrôleurs van den Centralen Crisis Contrôle Dienst uit te breiden vooral omdat deze contrôleurs eventueel steeds in de algemeene contrôle zeer nuttig en noodig werk zullen kunnen doen zoolang ze niet als "beheerder" speciale en onafgebroken contrôle in een zaak uitoefenen. Intusschen moet mijns inziens aan het oordeel van den Secretaris-Generaal worden overgelaten, indien deze voor het denkbeeld zou voelen, op welke wijze hij de uitvoering zou willen doen plaats hebben.

Ik merk nog op, dat ik in mijn rapport te dezer zake mij heb voorgesteld dat het straffen van prijsovertreders meer zou moeten worden gezocht in het opleggen van zware boete's en dat slechts in uiterste noodzaak zou worden overgegaan tot sluiting van de zaak c.q. de in mijn voorstel in plaats daarvan gedachte aanstelling van een "beheerder".

[Kanttekeningen in de marge, van boven naar beneden]
1. niet gelijk doch gelijksoortig
2. Treedt geheel in de plaats van den betrokkene
3. wettelijke grondslag?
4. en wie betaalt hen dan?
5. Ik heb niet het tegendeel beweerd noch aangenomen

--- Dit document betreft een intern ambtelijk advies over de handhaving van prijsvoorschriften tijdens de Duitse bezetting. De kern van de discussie is de vraag hoe winkeliers die de maximumprijzen overtreden, het best aangepakt kunnen worden.

  • Beheerders vs. Treuhänder: De schrijver (Marktwezen) verweert zich tegen de suggestie dat zijn plan om 'beheerders' aan te stellen in overtredende zaken, gebaseerd is op de aanstelling van Treuhänder in Joodse bedrijven. Hij maakt een juridisch onderscheid: een Treuhänder liquideert of 'ariseert' een bedrijf, terwijl zijn voorgestelde beheerder slechts toeziet op prijsbeheersing (vergelijkbaar met een curator).
  • Controle en Kosten: Er wordt voorgesteld om controleurs van de CCD (Centralen Crisis Contrôle Dienst) in te zetten. De marginalia tonen kritische kanttekeningen van een lezer (waarschijnlijk de geadresseerde wethouder of zijn adviseur), die vragen stelt bij de wettelijke basis en de financiering van dit toezicht.
  • Sanctiebeleid: De voorkeur van de schrijver gaat uit naar zware geldboetes boven de drastische maatregel van bedrijfssluiting of de aanstelling van een externe beheerder.

--- In mei 1942 was de schaarste in bezet Nederland groot en tierde de zwarte handel welig. De gemeente Amsterdam en de rijksinstellingen (zoals de CCD) probeerden met strikte prijsbeheersing de inflatie en woekerprijzen in te dammen.

De referentie naar "bewindvoerders in Joodsche ondernemingen" in de tekst verwijst naar de Arisierung (arisering), waarbij de bezetter via verordeningen Joods eigendom onteigende of onder beheer stelde van pro-Duitse Treuhänder. Dat de ambtenaar van het Marktwezen zich hiervan wenst te distantiëren, maar wel een "gelijksoortig" (zie kanttekening) systeem voor prijscontroleurs overweegt, typeert de complexe juridische en morele grijstinten van het ambtelijk apparaat tijdens de bezettingsjaren. De macht over deze economische maatregelen lag uiteindelijk bij de Secretarissen-Generaal, de hoogste Nederlandse ambtenaren die onder direct toezicht van de Duitse bezettingsautoriteiten stonden. Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Dit document betreft een intern ambtelijk advies over de handhaving van prijsvoorschriften tijdens de Duitse bezetting. De kern van de discussie is de vraag hoe winkeliers die de maximumprijzen overtreden, het best aangepakt kunnen worden.

  • Beheerders vs. Treuhänder: De schrijver (Marktwezen) verweert zich tegen de suggestie dat zijn plan om 'beheerders' aan te stellen in overtredende zaken, gebaseerd is op de aanstelling van Treuhänder in Joodse bedrijven. Hij maakt een juridisch onderscheid: een Treuhänder liquideert of 'ariseert' een bedrijf, terwijl zijn voorgestelde beheerder slechts toeziet op prijsbeheersing (vergelijkbaar met een curator).
  • Controle en Kosten: Er wordt voorgesteld om controleurs van de CCD (Centralen Crisis Contrôle Dienst) in te zetten. De marginalia tonen kritische kanttekeningen van een lezer (waarschijnlijk de geadresseerde wethouder of zijn adviseur), die vragen stelt bij de wettelijke basis en de financiering van dit toezicht.
  • Sanctiebeleid: De voorkeur van de schrijver gaat uit naar zware geldboetes boven de drastische maatregel van bedrijfssluiting of de aanstelling van een externe beheerder.

Historische Context

In mei 1942 was de schaarste in bezet Nederland groot en tierde de zwarte handel welig. De gemeente Amsterdam en de rijksinstellingen (zoals de CCD) probeerden met strikte prijsbeheersing de inflatie en woekerprijzen in te dammen.

De referentie naar "bewindvoerders in Joodsche ondernemingen" in de tekst verwijst naar de Arisierung (arisering), waarbij de bezetter via verordeningen Joods eigendom onteigende of onder beheer stelde van pro-Duitse Treuhänder. Dat de ambtenaar van het Marktwezen zich hiervan wenst te distantiëren, maar wel een "gelijksoortig" (zie kanttekening) systeem voor prijscontroleurs overweegt, typeert de complexe juridische en morele grijstinten van het ambtelijk apparaat tijdens de bezettingsjaren. De macht over deze economische maatregelen lag uiteindelijk bij de Secretarissen-Generaal, de hoogste Nederlandse ambtenaren die onder direct toezicht van de Duitse bezettingsautoriteiten stonden.

Locaties

Centrale Markt

Producten

A.G.F. (Fruit): Fruit A.G.F. (Fruit): Peer A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen

Gerelateerde Documenten 6