Administratief bijblad (dossierstuk) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Administratief bijblad (dossierstuk) met handgeschreven kanttekeningen. [Linksboven, handgeschreven:]
$2^c/13/1 M 1942$
[Stempel/Kader linksboven:]
BIJBLAD VAN [pijl naar rechts]
M. No. [doorgehaald: 27/1037 1941, daaroverheen geschreven: 11/13/42]
DOORGEZONDEN: 16/4-'42 [stempeldatum]
[Centraal handgeschreven tekst, diverse handen:]
In rapport ter zake
wyze van straffen bij prijsoverschrijding
reeds hierop gewezen.
Mr. Seeburgh bespreken met [paraf]
21-4-'42
[paraf]
Ja - besproken met Mr. Wallink
Mr. Seeburgh met welk resultaat? [paraf: Vr]
Wij moeten rapporteren
aan W.L.M! [paraf] 20/5-'42 |
Dit stuk is ons advies! [gevolgd door een grote, decoratieve handtekening/paraf] * Onderwerp: De interne correspondentie handelt over de "wijze van straffen bij prijsoverschrijding". Dit was een cruciaal onderdeel van de oorlogseconomie, waarbij de overheid (onder toezicht van de bezetter) probeerde inflatie en zwarte handel in te dammen via strikte prijsvoorschriften.
* Procesgang: Het document laat een typisch ambtelijk proces zien. Er wordt verwezen naar een bestaand rapport, waarna er opdracht wordt gegeven voor overleg tussen specifieke personen ("Mr. Seeburgh" en "Mr. Wallink"). De urgentie neemt toe naarmate de data vorderen, culminerend in de uitroep dat er gerapporteerd moet worden.
* Functionarissen: "Mr. Seeburgh" en "Mr. Wallink" zijn waarschijnlijk hogere ambtenaren of juristen (gezien de titel 'Mr.') verbonden aan een departement van Economische Zaken of Justitie.
* Terminologie: "W.L.M." verwijst waarschijnlijk naar een specifieke afdeling of autoriteit binnen de toenmalige overheidsstructuur (mogelijk gerelateerd aan Wirtschaftslenkung of een specifieke ministeriële instantie). Dit document stamt uit het voorjaar van 1942, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de controle over de Nederlandse economie en distributie steeds verder intensiveerde. Prijsoverschrijdingen werden zwaar bestraft door de 'Prijsbeheersing' om de stabiliteit van de gulden (die gekoppeld was aan de Reichsmark) te waarborgen en te voorkomen dat goederen enkel nog op de zwarte markt beschikbaar zouden zijn. De ambtelijke discussie over de "wijze van straffen" duidt op een beleidsmatige zoektocht naar effectieve repressie in een tijd van toenemende schaarste. De gebruikte formulieren (Model No. 14 uit 1937) tonen aan dat de vooroorlogse bureaucratische systemen door de bezetter werden gecontinueerd en aangepast.