Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 305
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambbtelijke brief/doorslag.

27 mei 1942 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 28/5"). Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst der Publieke Werken of een specifieke afdeling voor voedselvoorziening). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (aangegeven als "Alhier").

Origineel

Ambbtelijke brief/doorslag. 27 mei 1942 (met handgeschreven aantekening "Verzonden 28/5"). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, mogelijk de Dienst der Publieke Werken of een specifieke afdeling voor voedselvoorziening). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (aangegeven als "Alhier"). VB/HB.
[handgeschreven in blauw potlood: Verzonden 28/5]

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

20/13/2 M. 3 27 Mei 1942.

Verkoop van
aardappelen
en groenten.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 16 April j.l. om advies ontvangen stukken No. 352 L.M.1942, heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met den zich onder de stukken bevindenden brief van den Hoofdcommissaris van Politie d.d. 4 April j.l. No. 366a A.Z. 1942 kan vereenigen.

Mijnerzijds werd in mijn brief d.d. 10 April j.l. No. 20/12/1 M. reeds op een en ander gewezen. Ik heb de onderhavige aangelegenheid nog besproken met den Inspecteur voor de Prijsbeheersching te Amsterdam, die eveneens van meening was, dat tegen de door verschillende kleinhandelaren gevolgde gedragslijn aan de hand van de bestaande voorschriften niet kan worden opgetreden.

De Directeur, In deze brief adviseert de Directeur de Wethouder voor de Levensmiddelen over vermeende misstanden bij de verkoop van aardappelen en groenten door kleinhandelaren. De kern van het document is de juridische onmacht van de overheid op dat moment: hoewel er blijkbaar klachten zijn over de "gedragslijn" van bepaalde winkeliers, concluderen zowel de Hoofdcommissaris van Politie als de Inspecteur voor de Prijsbeheersching dat er op basis van de toen geldende voorschriften niet tegen kan worden opgetreden.

Dit wijst op een spanningsveld tussen de dagelijkse praktijk van de handel (mogelijk prijsopdrijving of onreglementaire verkoop) en de beperkingen van de bureaucratische regelgeving tijdens de bezettingsjaren. Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie waarbij verschillende instanties (Politie, Prijsbeheersing, Wethouder) met elkaar afstemmen over de handhaving van de marktorde. De brief dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening in Nederland (en specifiek in Amsterdam) een kritieke aangelegenheid. Er was sprake van toenemende schaarste, rantsoenering en een groeiende zwarte markt.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de distributie in goede banen te leiden. De "Prijsbeheersching" was een instantie die moest voorkomen dat handelaren misbruik maakten van de schaarste door woekerprijzen te vragen. Dat er in dit geval "niet kan worden opgetreden" suggereert dat handelaren mazen in de wet hadden gevonden of dat de regelgeving achterliep bij de realiteit van de oorlogseconomie. De afkorting "L.M." in de dossiernummers staat hoogstwaarschijnlijk voor "Levensmiddelen", en "A.Z." voor "Algemeene Zaken".

Samenvatting

In deze brief adviseert de Directeur de Wethouder voor de Levensmiddelen over vermeende misstanden bij de verkoop van aardappelen en groenten door kleinhandelaren. De kern van het document is de juridische onmacht van de overheid op dat moment: hoewel er blijkbaar klachten zijn over de "gedragslijn" van bepaalde winkeliers, concluderen zowel de Hoofdcommissaris van Politie als de Inspecteur voor de Prijsbeheersching dat er op basis van de toen geldende voorschriften niet tegen kan worden opgetreden.

Dit wijst op een spanningsveld tussen de dagelijkse praktijk van de handel (mogelijk prijsopdrijving of onreglementaire verkoop) en de beperkingen van de bureaucratische regelgeving tijdens de bezettingsjaren. Het document is een typisch voorbeeld van ambtelijke correspondentie waarbij verschillende instanties (Politie, Prijsbeheersing, Wethouder) met elkaar afstemmen over de handhaving van de marktorde.

Historische Context

De brief dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening in Nederland (en specifiek in Amsterdam) een kritieke aangelegenheid. Er was sprake van toenemende schaarste, rantsoenering en een groeiende zwarte markt.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had de zware taak om de distributie in goede banen te leiden. De "Prijsbeheersching" was een instantie die moest voorkomen dat handelaren misbruik maakten van de schaarste door woekerprijzen te vragen. Dat er in dit geval "niet kan worden opgetreden" suggereert dat handelaren mazen in de wet hadden gevonden of dat de regelgeving achterliep bij de realiteit van de oorlogseconomie. De afkorting "L.M." in de dossiernummers staat hoogstwaarschijnlijk voor "Levensmiddelen", en "A.Z." voor "Algemeene Zaken".

Gerelateerde Documenten 6