Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 342
Dossier 7
Jaar 1942
Stadsarchief

Typoscript (doorslag van een uitgaande brief).

24 juni 1942. Van: De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals de Dienst der Publieke Werken of een specifieke afdeling belast met voedselvoorziening).

Origineel

Typoscript (doorslag van een uitgaande brief). 24 juni 1942. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst in Amsterdam, zoals de Dienst der Publieke Werken of een specifieke afdeling belast met voedselvoorziening). later HB.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

20/19/4 M. 1 24 Juni 1942.

koolplanten.

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 15
dezer om advies ontvangen stuk No. 547 L.M. 1942 heb ik de eer
U te berichten, dat dezerzijds niet kan worden beoordeeld, in
hoeverre het onderhavige koolplantenmateriaal overcompleet
zou zijn. In ieder geval houdt naar mijn mening de mogelijk-
heid, dat bedoeld materiaal voor consumptie kan worden verkocht,
in de gegeven omstandigheden een groot gevaar in.
Het lijkt mij daarom juist, dat deze aangelegenheid
onder meer door het telegram van den Burgemeester van 12 Juni
j.l. reeds onder den aandacht van den Directeur-generaal van
het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd is
gebracht. Voorts is mij gebleken, dat ook de Wirtschaftsreferent
van het Bureau van den Beauftragte voor de Stad Amsterdam met
den handel in deze koolplanten op de hoogte is; genoemde refe-
rent zou zich terzake verstaan met de betreffende Duitsche in-
stanties te ’s-Gravenhage.

De Directeur, De brief betreft een ambtelijk advies over de bestemming van een partij koolplanten. De kern van het probleem is of deze planten "overcompleet" (overtollig) zijn voor de teelt. De directeur waarschuwt dat het direct verkopen van deze jonge planten voor consumptie — in plaats van ze te laten volgroeien op het land — een "groot gevaar" vormt voor de voedselzekerheid.

Het document illustreert de complexe bureaucratie tijdens de bezetting:
1. Lokale bemoeienis: De Wethouder voor de Levensmiddelen en de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) zijn direct betrokken.
2. Centrale regie: De kwestie is geëscaleerd naar het landelijke Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
3. Duits toezicht: De "Wirtschaftsreferent" van de "Beauftragte voor de Stad Amsterdam" (de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur, Hans Böhmcker) houdt de handel nauwlettend in de gaten en stemt af met Duitse instanties in Den Haag. In juni 1942 was de voedselvoorziening in bezet Nederland een kritieke zaak. Het land was afgesneden van import en moest zelfvoorzienend zijn, terwijl een groot deel van de productie naar Duitsland werd afgevoerd. Kool was een essentieel volksvoedsel.

De angst van de directeur dat plantmateriaal direct geconsumeerd zou worden, duidt op de schaarste: men was geneigd om voor kortetermijnwinst (direct eten of verkopen op de zwarte markt) de toekomstige oogst op te offeren. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd probeerde via strikte contingenten en distributieregels de productie te maximaliseren. Dit document toont aan hoe zelfs een relatief klein onderwerp als "koolplanten" onderwerp werd van overleg tussen de hoogste Nederlandse en Duitse bestuursorganen.

Samenvatting

De brief betreft een ambtelijk advies over de bestemming van een partij koolplanten. De kern van het probleem is of deze planten "overcompleet" (overtollig) zijn voor de teelt. De directeur waarschuwt dat het direct verkopen van deze jonge planten voor consumptie — in plaats van ze te laten volgroeien op het land — een "groot gevaar" vormt voor de voedselzekerheid.

Het document illustreert de complexe bureaucratie tijdens de bezetting:
1. Lokale bemoeienis: De Wethouder voor de Levensmiddelen en de Burgemeester (destijds de pro-Duitse Edward Voûte) zijn direct betrokken.
2. Centrale regie: De kwestie is geëscaleerd naar het landelijke Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd (RBVVO).
3. Duits toezicht: De "Wirtschaftsreferent" van de "Beauftragte voor de Stad Amsterdam" (de Duitse toezichthouder op het stadsbestuur, Hans Böhmcker) houdt de handel nauwlettend in de gaten en stemt af met Duitse instanties in Den Haag.

Historische Context

In juni 1942 was de voedselvoorziening in bezet Nederland een kritieke zaak. Het land was afgesneden van import en moest zelfvoorzienend zijn, terwijl een groot deel van de productie naar Duitsland werd afgevoerd. Kool was een essentieel volksvoedsel.

De angst van de directeur dat plantmateriaal direct geconsumeerd zou worden, duidt op de schaarste: men was geneigd om voor kortetermijnwinst (direct eten of verkopen op de zwarte markt) de toekomstige oogst op te offeren. Het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd probeerde via strikte contingenten en distributieregels de productie te maximaliseren. Dit document toont aan hoe zelfs een relatief klein onderwerp als "koolplanten" onderwerp werd van overleg tussen de hoogste Nederlandse en Duitse bestuursorganen.

Gerelateerde Documenten 6