Handgeschreven rapport op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven rapport op gelinieerd papier. 2 juli 1942. De Controleur, G.P. v. Beun (of Beum). Den Heer Bedrijfschef van het Marktwezen. Rapport.
Zaak P. Lindeman.
Eenige weken geleden, deelde de mij bekende
Kooper P Lindeman mij mede, dat er een
auto met groente (vermoedelijk clandestien)
was gelost bij Blom in de Rozenstraat. Hij
verzocht mij een onderzoek te willen instellen.
Aangezien ik niet gemist kon worden (tekort
aan personeel), heb ik deze zaak, in overleg
met den Heer Heenbeck, doorgegeven aan
een der C.C.C.D. ambtenaren.
Verleden jaar omstreeks September was er
een auto met groente gelost bij Blom Eland-
straat. Deze zaak is eveneens door de C.C.C.D.
ambtenaren behandeld.
Verleden week deelde Lindeman mij mede,
dat hij een onderhoud bij de Landstand had
gehad, en dat hij daar het een en ander besproken
had. Hij deelde mij mede, dat hij den naam van
den Heer Heenbeck genoemd had en vroeg mij mijn
naam, die ik hem opgaf. Om welke reden hij mijn
naam moest weten was mij onbekend, maar nu is
het mij duidelijk. Tevens kan ik U nog mededeelen dat
het volgens mij een wreken van Lindeman is, daar
ik hem verleden jaar, betreffende groente in ontvangst
nemen buiten de C.M. om in samenwerking met de
C.C.C.D ambtenaar Bosse, 6 uur in bewaring heb gesteld,
ter bespoediging van het onderzoek. Lindeman is be-
treffende deze zaak verbaliseerd en veroordeeld.
Ik verzoek U beleefd, ingeval U Lindeman
over deze zaak mocht onderhouden, bij dit onder-
houd tegenwoordig te mogen zijn.
Den Heer Bedrijfschef | Amsterdam 2 juli 1942.
v/h Marktwezen. | De Controleur,
| G.P. v. Beun. De kern van dit ambtelijke rapport is een waarschuwing van een controleur aan zijn superieur over de dubbelzinnige rol van een handelaar genaamd P. Lindeman. Lindeman heeft melding gemaakt van mogelijke illegale (clandestiene) handel bij een zekere Blom, maar de controleur vertrouwt de motieven van Lindeman niet.
De schrijver vermoedt dat Lindeman zint op wraak ("een wreken"). Lindeman is namelijk het jaar ervoor door deze zelfde controleur en de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD) opgepakt en veroordeeld voor illegale handel buiten de Centrale Markt (C.M.) om. De bezorgdheid van de controleur wordt gevoed door het feit dat Lindeman onlangs contact heeft gehad met de 'Landstand' en daar namen van ambtenaren (waaronder Heenbeck en de schrijver zelf) heeft laten vallen. De controleur vraagt daarom om aanwezig te mogen zijn bij een eventueel gesprek tussen de bedrijfschef en Lindeman, vermoedelijk om zich te kunnen verweren tegen mogelijke valse beschuldigingen of intimidatie via collaborerende instanties. Het document biedt een scherp beeld van de maatschappelijke en economische spanningen in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting (juli 1942):
- Clandestiene handel: Vanwege de schaarste en het distributiesysteem bloeide de zwarte markt. De overheid probeerde dit te onderdrukken via diensten als de CCCD.
- C.C.C.D. (Centrale Crisis Controle Dienst): Dit was de opsporingsdienst die toezag op de naleving van de distributieregels en prijsbeheersing.
- De Landstand: De 'Nederlandsche Landstand' was een nationaalsocialistische organisatie, door de bezetter opgericht in 1941. Boeren en handelaren werden gedwongen zich hierbij aan te sluiten. Dat Lindeman bij deze organisatie "het een en ander besproken had", impliceert dat hij de bezetter of collaborateurs gebruikte om druk uit te oefenen op lokale ambtenaren.
- Marktwezen: De gemeentelijke dienst die de markten beheerde, waaronder de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat (hier aangeduid als C.M.). Hier vond de legale, gecontroleerde handel in groente en fruit plaats.
De brief illustreert de precaire positie van Nederlandse ambtenaren die enerzijds hun werk moesten doen (controles uitvoeren), maar anderzijds te maken kregen met burgers die hen konden aangeven of dwarsbomen via collaborerende instanties.