Handgeschreven ambtelijke notitie / verslag.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie / verslag. 4 juli 1942. Lindeman - Controleur Boon - Zaak D. Blom - Randstand.
Vóór den hoek werd mij door Controleur Boon gerapporteerd. Al dadelijk bleek dat een misverstand ontstaan was doordat er 2 kleinhandelaren Blom zijn n.l. D. Blom en P. Blom. (op 4 Juli 1942)
Eerst hoorde ik Controleur Boon - daarna Boon en Lindeman tezamen. Bij dit onderhoud werd het Lindeman duidelijk dat hij een klacht en verzoek tot onderzoek had ingediend over D. Blom - terwijl de aandacht van September 1941 betrof de persoon P. Blom. Toenmaals had Controleur Boon de klacht tegen P. Blom zooals te doen gebruikelijk aan de CEED doorgegeven. Wat hij een week later van P. Blom had geconstateerd is onjuist, [doorgehaald: hij heeft] en derhalve heeft hij de Directie CM daarover niet gerapporteerd. Van de CEED heeft Boon nooit nader gehoord, evenmin als Directie Marktwezen.
De klacht van Lindeman inzake D. Blom is eveneens reeds doorgegeven aan de CEED. Als door Directie CM verder niets wordt vernomen geschiedt er dezerzijds ook verder niets. Eerst als CEED de aangeklaagde straft, volgen maatregelen van de zijde van Marktwezen.
Met deze uiteenzetting ging Lindeman volkomen accoord en zou hiervan zijn vereniging in kennis stellen.
4 Juli 1942 Het document is een verslag van een hoorzitting of bespreking om een administratieve fout te herstellen. De kern van de zaak is een persoonsverwisseling: Lindeman had een klacht ingediend tegen D. Blom, maar de controleur (Boon) had in zijn eerdere rapportages uit 1941 de aandacht gevestigd op P. Blom.
De tekst verduidelijkt de hiërarchie en werkwijze van de economische controle in oorlogstijd:
1. Een klacht wordt ingediend bij de lokale marktcontroleur.
2. De controleur geeft dit door aan de landelijke opsporingsdienst (CEED).
3. De lokale Directie Marktwezen onderneemt pas eigen disciplinaire stappen (zoals het intrekken van een vergunning of standplaats) nadat de CEED een straf heeft opgelegd.
De notitie dient als bewijs dat de klager, Lindeman, nu begrijpt waarom er nog geen actie was ondernomen en dat de juiste procedure voor de juiste persoon (D. Blom) nu alsnog loopt. Het document dateert van 4 juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van schaarste en distributie, wat leidde tot een enorme toename aan regels voor (markt)handelaren. De CEED (Crisis-Economische Handhavingsdienst) was de instantie die toezag op de naleving van prijzen en distributievoorschriften en trad vaak hard op tegen zwarte handel of prijsopdrijving.
De vermelding van "Directie Marktwezen" en "Directie CM" (Centrale Markt) suggereert dat dit een Amsterdams document is, aangezien de Amsterdamse Centrale Markthallen in die tijd een cruciaal en strikt gereguleerd knooppunt waren voor de voedselvoorziening. Het feit dat Lindeman "zijn vereniging" in kennis zou stellen, wijst erop dat hij optrad als vertegenwoordiger van een belangenorganisatie van handelaren of winkeliers.