Archiefdocument
Origineel
6 juli 1942. J. Bastenhof Gzn., Oosterpark 72, Amsterdam-O. De heer Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. J. BASTENHOF GZN.
OOSTERPARK 72
AMSTERDAM-O., 6 J u l i , 194 2.
TELEFOON 52819
GEM. GIRO B 5715
Vervolg schrijven aan den heer Directeur van het Marktwezen , Amsterdam .
De heer Burger heeft er reeds met Uwen bedrijfschef, den heer J. Broerse, over gesproken doch resultaat heeft dit helaas, tot op heden, niet opgeleverd .
Ik ben een groot voorstander van het bewandelen van den aangewezen hierarchischen weg doch in dit speciale geval zal ik mij het recht moeten voorbehouden alle ten dienste staande geoorloofde middelen te hulp te roepen teneinde aan dergelijke ongewenschte toestanden eindelijk ten einde te maken .
Ik weet zeer goed dat vele dingen buitengewoon moeilijk zijn en ik vraag en wil ook geen gunsten maar ik wil om niet te zeggen ik eisch toegewezen te hebben alles wat ook aan andere huisgezinnen wordt verstrekt .
Maanden heb ik gewacht opdat verandering en verbetering zou intreden doch dat heeft niet plaats gevonden en verzoek ik U beleefd doch zeer dringend die maatregelen te treffen die ertoe kunnen leiden dat ook aan den heer Burger leveranciers worden toegewezen of mij den weg te wijzen opdat ik van andere groenten handelaren kan en mag betrekken .
Ik ben persoonlijk een tegenstander van den clandestienen handel en zal daar ook geen gebruik van maken maar het is niet prettig als men b. v. Zaterdag 4 dezer vele karren met groenten in de stad ziet rijden en men krijgt zelfs bij hooge gratie een komkommer zonder meer .
Ik vertrouw dat U gelegenheid zult hebben de bovenvermelde aangelegenheid zoo spoedig mogelijk in behandeling te treden en zien Uwe berichten met afdoende maatregelen met belangstelling tegemoet ,
Hoogachtend ;
[Handtekening: J. Bastenhof] De brief is een formele klacht van een burger, J. Bastenhof, gericht aan de directeur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van het beklag is de stagnatie in de levering van groenten via de officiële kanalen. De schrijver is gefrustreerd dat eerdere contacten tussen een tussenpersoon (de heer Burger) en de bedrijfschef (de heer Broerse) niets hebben opgeleverd.
De toon van de brief is een mengeling van respect voor de hiërarchie en dwingende urgentie. Bastenhof benadrukt dat hij geen voorkeursbehandeling wenst, maar slechts eist waar hij als burger recht op heeft. Opmerkelijk is zijn expliciete afkeer van de "clandestienen handel" (zwarte markt), terwijl hij tegelijkertijd wijst op de wrange realiteit: in de stad zijn volop karren met groenten te zien, terwijl hij via de officiële weg nauwelijks iets ontvangt ("bij hooge gratie een komkommer"). De brief eindigt met een sterke aandrang tot actie. Dit document dateert van 6 juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en was strikt gereguleerd via een distributiestelsel. Het Marktwezen in Amsterdam was verantwoordelijk voor de controle op en distributie van levensmiddelen naar de detailhandel en de bevolking.
De schaarste leidde tot het ontstaan van een omvangrijke zwarte markt, waar producten tegen woekerprijzen buiten het bonnensysteem om werden verkocht. De schrijver van deze brief probeert vast te houden aan de officiële regels, maar de dagelijkse confrontatie met tekorten en de zichtbare aanwezigheid van goederen buiten het systeem om (de karren in de stad), zorgen voor grote onvrede. De datum "Zaterdag 4 dezer" (4 juli 1942) klopt met de kalender van dat jaar, wat de authenticiteit van het schrijven onderstreept. Dit document illustreert de groeiende spanningen rondom de dagelijkse behoeften van burgers in oorlogstijd.