Archief 745
Inventaris 745-369
Pagina 495
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt verslag / Ambtelijk rapport.

22 juni 1942.

Origineel

Getypt verslag / Ambtelijk rapport. 22 juni 1942. Verslag van het op 17 t/m 20 Juni 1942 ingestelde onderzoek naar de aflevering der voorjaars-kasgroenten bij de diverse veilingen, in verband met de groentenvoorziening der gemeente A m s t e r d a m, door den Bureauchef bij den Dienst der Publieke Werken, H.J.Brand.

Het onderzoek heeft plaats gevonden aan die veilingen, welke voor de levering der voorjaarsgroenten voor de gemeente Amsterdam van belang zijn, te weten de veilingen te Purmerend, Delft, Westerlee, Naaldwijk, 's-Gravesande, Poelwijk, Loosduinen, Veur, Leiden en Beverwijk.

Uit de besprekingen met, en de globaal verstrekte cijfers van de tuinders-bestuursleden der veilingen bleek, dat de verminderde aanvoer van groenten in hoofdzaak wordt veroorzaakt door den invloed van den strengen en langdurigen winter. De felheid van den winter was oorzaak, dat het z.g. zaaigoed is bevroren, terwijl de lange duur van den winter en het daaropvolgende koude voorjaar een tweede, en bij gunstige weersomstandigheden soms nog een derde, uitzaaiing van voorjaarsgroenten, zooals dit in andere jaren mogelijk was, belette.

De hiervoren genoemde reden is dan ook, volgens het oordeel van vakkundige personen de oorzaak, dat op de veilingen thans slechts gemiddeld 20% van de in vorige jaren aangevoerde hoeveelheden groenten ter veiling kunnen worden gebracht.

Tevens moet nagenoeg elke veiling 50% van haar aanvoer afstaan voor export, verder groenten reserveeren voor de hier te lande verblijvende Duitsche Weermacht, alsmede verplicht leveren aan ziekenhuizen, centrale keukens, e.d.

Indien nu de totale leveringen van voorjaarsgroenten van 1939 als basis worden genomen en deze worden gesteld op 100%, ontstaat voor deze leveringen in 1942 het volgende beeld.

Verlies door winter 1941 - 1942: 80%
Aan export.........................: 10%
Aan Duitsche Weermacht, zieken-
huizen, centrale keukens, enz....: 5%
Voor winkel- en straatverkoop....: 5%


Te zamen.....: 100%

Amsterdam ontvangt voor de burgerbevolking, dus eveneens voor winkel- en straatverkoop, nu gemiddeld 12% van de op de diverse veilingen aangevoerde hoeveelheid groenten, hetwelk overeenkomt met 1,6% van den totalen aanvoer van 1939.

De hiervoren gegeven getallen zijn zeer globaal en kunnen al naar gelang het karakter van den plaatselijken toestand, de outillage van de bedrijven en de soorten der geteelde producten, aanmerkelijk varieeren, hetgeen moge blijken uit enkele hierna volgende gegevens van diverse veilingen (zie bijlage).

Aangezien het onderzoek op korten termijn moest plaats hebben, ten einde zoo spoedig mogelijk over een algemeenen indruk te kunnen beschikken en de administraties der veilingen veelal niet op het verstrekken van statistische gegevens zijn ingericht, zou, om tot behoorlijke resultaten te komen, een meer gedetailleerd onderzoek noodzakelijk zijn. Nu echter het eerste contact met de veilingbesturen tot stand is gekomen en nu bekend is, op welke tijden, in verband met de te houden veilingen, het best over de administratie kan worden beschikt, is een meer gedetailleerd onderzoek, zoo dit wenschelijk wordt geacht, met één week ten einde te brengen.

22 Juni 1942
H. J. Brand

--- Dit document is een kritisch administratief verslag over de voedselvoorziening in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het rapport is de alarmerende constatering dat de hoeveelheid groenten die beschikbaar is voor de Amsterdamse burgerbevolking is gedecimeerd tot slechts 1,6% van het vooroorlogse niveau (1939).

De auteur wijst twee hoofdoorzaken aan:
1. Natuurfactoren: De extreem strenge winter van 1941-1942 en het koude voorjaar hebben 80% van de oogst vernietigd of onmogelijk gemaakt.
2. Politieke/Militaire factoren: Van de resterende 20% van de oogst wordt het overgrote deel opgeëist door de bezetter voor export naar Duitsland en voor de bevoorrading van de Wehrmacht.

Het verslag is zakelijk en feitelijk van toon, maar de cijfers leggen de enorme druk op de voedselketen bloot. Slechts 5% van de totale (reeds kleine) productie is bestemd voor de reguliere verkoop aan burgers.

--- In juni 1942 zat Nederland ruim twee jaar in de Duitse bezetting. De schaarste nam hand over hand toe. Hoewel de "Hongerwinter" pas in 1944-1945 zou plaatsvinden, laat dit document zien dat de basis voor de voedselcrisis al veel eerder werd gelegd door een combinatie van misoogsten en grootschalige voedselroof door de Duitse bezetter.

De genoemde veilingen (zoals het Westland en de regio rond Leiden) waren de primaire toeleveranciers voor de grote steden. De Dienst der Publieke Werken van Amsterdam probeerde met dit soort rapportages de situatie in kaart te brengen, waarschijnlijk om beleid te voeren op rantsoenering of om bij de centrale overheid aan te dringen op een betere verdeling. Het document illustreert hoe de bezetter voorrang kreeg op de basisbehoeften van de Nederlandse burger.

Samenvatting

Dit document is een kritisch administratief verslag over de voedselvoorziening in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het rapport is de alarmerende constatering dat de hoeveelheid groenten die beschikbaar is voor de Amsterdamse burgerbevolking is gedecimeerd tot slechts 1,6% van het vooroorlogse niveau (1939).

De auteur wijst twee hoofdoorzaken aan:
1. Natuurfactoren: De extreem strenge winter van 1941-1942 en het koude voorjaar hebben 80% van de oogst vernietigd of onmogelijk gemaakt.
2. Politieke/Militaire factoren: Van de resterende 20% van de oogst wordt het overgrote deel opgeëist door de bezetter voor export naar Duitsland en voor de bevoorrading van de Wehrmacht.

Het verslag is zakelijk en feitelijk van toon, maar de cijfers leggen de enorme druk op de voedselketen bloot. Slechts 5% van de totale (reeds kleine) productie is bestemd voor de reguliere verkoop aan burgers.


Historische Context

In juni 1942 zat Nederland ruim twee jaar in de Duitse bezetting. De schaarste nam hand over hand toe. Hoewel de "Hongerwinter" pas in 1944-1945 zou plaatsvinden, laat dit document zien dat de basis voor de voedselcrisis al veel eerder werd gelegd door een combinatie van misoogsten en grootschalige voedselroof door de Duitse bezetter.

De genoemde veilingen (zoals het Westland en de regio rond Leiden) waren de primaire toeleveranciers voor de grote steden. De Dienst der Publieke Werken van Amsterdam probeerde met dit soort rapportages de situatie in kaart te brengen, waarschijnlijk om beleid te voeren op rantsoenering of om bij de centrale overheid aan te dringen op een betere verdeling. Het document illustreert hoe de bezetter voorrang kreeg op de basisbehoeften van de Nederlandse burger.

Gerelateerde Documenten 6