Ambtelijke correspondentie / briefbericht.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / briefbericht. 16 september 1942. [Links boven:]
Klacht
C.H. Blanken
over verdeeling
Centr. Markt
[Rechts boven:]
A’dam, 16/9 1942
W. L. M. HEDEN [in rood, onderstreept]
[Midden:]
20/56/3
Onder terugzending van
het met Uw kantteeken dd. 21
Juli jl. om spoedig advies ontvangen
stuk No 531 Z.M. 1942 heb ik de eer
U te berichten, dat ik naar de
onderhavige klachten een uitge-
breid onderzoek heb doen instellen.
De klacht, dat de Verwal-
ters van vroegere Joodsche zaken
niet of slechts gedeeltelijk aan
de vroegere klanten van deze
zaken doorleveren, wordt veel-
vuldig bij mijn dienst aanhangig ge-
maakt. Het is echter moeilijk
om terzake maatregelen te nemen
omdat de kleinhandelaren in de
meeste gevallen niet kunnen aan-
toonen, dat zij klant bij een
vroegere Joodsche zaak zijn ge-
weest, aangezien zij van hun
aankoopen nimmer kwitanties
of nota’s hebben ontvangen. Deze brief vormt een reactie op een klacht van een zekere C.H. Blanken over distributieproblemen. De kern van de kwestie is dat kleinhandelaren klagen dat de 'Verwalters' (door de bezetter aangestelde bewindvoerders) van onteigende Joodse groothandels of bedrijven weigeren om de oorspronkelijke klanten te beleveren.
De ambtenaar erkent dat deze klacht "veelvuldig" voorkomt. Echter, hij voert een bewijsprobleem aan als reden voor de machteloosheid van de instanties: omdat veel van deze handel voor de oorlog informeel of zonder officieel papierwerk (kwitanties/nota's) verliep, kunnen de gedupeerde kleinhandelaren nu niet zwart-op-wit bewijzen dat zij recht hebben op levering op basis van een historisch klantrelatie. Het document dateert uit september 1942, een dieptepunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. Op dit moment waren de meeste Joodse bedrijven door de Duitse bezetter al onder dwangbeheer gesteld of geliquideerd.
- Verwalters: Dit waren (vaak Duits-gezinde) bewindvoerders die de leiding overnamen van Joodse ondernemingen in het kader van de 'arisering'. Zij gaven vaak de voorkeur aan nieuwe, niet-Joodse relaties of hielden voorraden achter.
- Centrale Markt: De handel in levensmiddelen en schaarse goederen was streng gereguleerd. De obstructie door de Verwalters zorgde voor extra frictie in een reeds tekortschietend distributiesysteem.
- Administratieve werkelijkheid: De brief toont de bureaucratische omgang met de gevolgen van de onteigening. De bezetter en de meewerkende Nederlandse administratie hielden de schijn van een ordentelijke rechtsgang op, terwijl de onderliggende oorzaak (de systematische diefstal van Joods bezit) de feitelijke bron van de chaos was.