Archiefdocument
Origineel
21 augustus 1942 De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam (waarschijnlijk een doorslag, kenmerk vD/HB) Den Heer A. Gombault, Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte voor de Stad Amsterdam vD/HB.
den Heer A.Gombault,
Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte
voor de Stad Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
20/57/3 M. 21 Augustus 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 31 Juli j.l. Ref.Wi. heb ik de eer U te berichten, dat mijnerzijds zooveel mogelijk zal worden bevorderd, dat de kleinhandelaar Scheepers op de Centrale Markt aan handel wordt geholpen. Ik heb inmiddels den heer Grote in de gelegenheid gesteld om de belangen van Scheepers op de Centrale Markt bij de betrokken grossiers te bepleiten, Mijnerzijds zullen hiertoe eveneens bij genoemde grossiers stappen worden gedaan. Ik merk hierbij echter op, dat het Marktwezen niet de bevoegdheid heeft om de grossiers te dwingen om te leveren. Overigens merk ik op, dat ook de in het schrijven van 15 Juni 1942 genoemde Heer Nooy lid is van de N.S.B.
Ten slotte wijs ik er voor de goede orde op, dat een dezer dagen is geconstateerd, dat Scheepers op de Centrale Markt boonen ver boven den maximumprijs heeft gekocht.
De Directeur, Deze brief is een formeel antwoord van de directeur van het Amsterdamse Marktwezen aan een Duitse functionaris, de heer Gombault. Gombault was werkzaam bij het bureau van de Beauftragte für die Stadt Amsterdam, de vertegenwoordiger van de Duitse bezettingsmacht in de stad.
De kern van de brief is een verzoek (of eerder een instructie) van Duitse zijde om een specifieke kleinhandelaar, genaamd Scheepers, te helpen bij het verkrijgen van goederen op de Centrale Markt. De directeur van het Marktwezen reageert hierop door te stellen dat hij zal bemiddelen via een zekere heer Grote en zelf ook stappen zal ondernemen bij de grossiers. Opvallend is echter de ambtelijke voorzichtigheid: de directeur benadrukt dat hij wettelijk niet de bevoegdheid heeft om grossiers tot levering te dwingen.
Tussen de regels door is de politieke realiteit van 1942 zichtbaar. De vermelding dat een zekere heer Nooy "lid is van de N.S.B." suggereert dat politieke loyaliteit een rol speelde bij zakelijke gunsten of klachten. De laatste alinea bevat een kritische noot: terwijl er van overheidswege (en Duitse zijde) wordt gevraagd Scheepers te helpen, wordt hij tegelijkertijd betrapt op het overtreden van de prijsvoorschriften door bonen boven de maximumprijs te kopen. Dit wijst op de complexiteit van de voedselvoorziening en de zwarte handel tijdens de bezetting. In augustus 1942 was de Duitse bezetting van Nederland in een verharde fase beland. De schaarste aan goederen nam toe en de distributie werd streng gecontroleerd. De Beauftragte für die Stadt Amsterdam (destijds Hans Böhmcker) hield nauwlettend toezicht op het gemeentebestuur en de economische gang van zaken in de stad.
De Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat waren het kloppende hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Omdat veel producten 'op de bon' waren en de Duitsers grote hoeveelheden opeisten voor hun eigen troepen, was de toegang tot voorraden voor kleinhandelaren van levensbelang.
De N.S.B. (Nationaal-Socialistische Beweging) collaboreerde met de bezetter. Leden van de N.S.B. genoten vaak voorkeursbehandelingen, maar zoals dit document laat zien, werden hun activiteiten ook kritisch gevolgd door de reguliere ambtelijke instanties die probeerden de orde en de officiële prijsvoorschriften te handhaven in een steeds moeilijker wordende markt.