Archief 745
Inventaris 745-275
Pagina 449
Dossier 100
Jaar 1939
Stadsarchief

Administratieve kaart/notitie van de afdeling Algemene Zaken (Model No. 14).

Februari - Maart 1939.

Origineel

Administratieve kaart/notitie van de afdeling Algemene Zaken (Model No. 14). Februari - Maart 1939. [Stempel linksboven:]
B I J B L A D / V A N :
M. No. 25/33/11 1939
DOORGEZONDEN: 23/2

[Rechtsboven handgeschreven:]
765

[Hoofdtekst handgeschreven:]
A. J. Sligting, voorkeurskaart
Alb. Cuypstraat no. 349
Is per 27/2 '39 opgeroepen, wegens
niet geregeld gebruik maken van
voorkeurskaart.

[Midden rechts, schuin geschreven:]
intrekken 27/2 '39 [paraaf]
1-3-39
de Haan

[Onderzijde handgeschreven:]
Opbergen : geschrapt 1/3 '39
form. no. 463
2/3 '39 [paraaf]

[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling rondom de "voorkeurskaart" van de heer/mevrouw A. J. Sligting. Uit de aantekeningen kan het volgende proces worden gereconstrueerd:

  1. 23 februari 1939: Het dossier wordt doorgezonden naar de betreffende afdeling.
  2. 27 februari 1939: De betrokkene wordt opgeroepen voor een gesprek of controle. De reden hiervoor is dat er "niet geregeld gebruik" wordt gemaakt van de voorkeurskaart. Op diezelfde dag wordt door een ambtenaar (geparafeerd) besloten de kaart in te trekken.
  3. 1 maart 1939: Een ambtenaar genaamd De Haan bevestigt de actie. De status wordt veranderd naar "geschrapt" en er wordt een specifiek formulier (no. 463) gebruikt voor de verdere afwikkeling.
  4. 2 maart 1939: De kaart wordt definitief gearchiveerd ("Opbergen"), wat met een laatste datum en paraaf wordt bevestigd.

De tekst getuigt van een strikte administratieve controle op het gebruik van sociale voorzieningen of distributierechten in de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog. In de jaren dertig, de crisistijd, bestonden er in Nederland diverse "voorkeurskaarten" en steunregelingen. Hoewel de term in verschillende contexten voorkwam, duidde een voorkeurskaart vaak op een voorrangspositie bij arbeidsbemiddeling of de toewijzing van bepaalde (soms gesubsidieerde) goederen of diensten.

Het feit dat de kaart werd ingetrokken omdat deze niet "geregeld" werd gebruikt, suggereert dat de overheid streng toezag op de noodzaak van de verstrekte gunst. Als iemand geen gebruik maakte van de kaart, werd ervan uitgegaan dat de persoon de steun of voorkeurspositie blijkbaar niet (meer) nodig had of niet aan de voorwaarden voldeed. Het adres, Albert Cuypstraat 349, bevindt zich in de Amsterdamse Pijp, een buurt die in die tijd veel arbeidersgezinnen en mensen in de steun huisvestte.

Samenvatting

Dit document betreft de administratieve afhandeling rondom de "voorkeurskaart" van de heer/mevrouw A. J. Sligting. Uit de aantekeningen kan het volgende proces worden gereconstrueerd:

  1. 23 februari 1939: Het dossier wordt doorgezonden naar de betreffende afdeling.
  2. 27 februari 1939: De betrokkene wordt opgeroepen voor een gesprek of controle. De reden hiervoor is dat er "niet geregeld gebruik" wordt gemaakt van de voorkeurskaart. Op diezelfde dag wordt door een ambtenaar (geparafeerd) besloten de kaart in te trekken.
  3. 1 maart 1939: Een ambtenaar genaamd De Haan bevestigt de actie. De status wordt veranderd naar "geschrapt" en er wordt een specifiek formulier (no. 463) gebruikt voor de verdere afwikkeling.
  4. 2 maart 1939: De kaart wordt definitief gearchiveerd ("Opbergen"), wat met een laatste datum en paraaf wordt bevestigd.

De tekst getuigt van een strikte administratieve controle op het gebruik van sociale voorzieningen of distributierechten in de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog.

Historische Context

In de jaren dertig, de crisistijd, bestonden er in Nederland diverse "voorkeurskaarten" en steunregelingen. Hoewel de term in verschillende contexten voorkwam, duidde een voorkeurskaart vaak op een voorrangspositie bij arbeidsbemiddeling of de toewijzing van bepaalde (soms gesubsidieerde) goederen of diensten.

Het feit dat de kaart werd ingetrokken omdat deze niet "geregeld" werd gebruikt, suggereert dat de overheid streng toezag op de noodzaak van de verstrekte gunst. Als iemand geen gebruik maakte van de kaart, werd ervan uitgegaan dat de persoon de steun of voorkeurspositie blijkbaar niet (meer) nodig had of niet aan de voorwaarden voldeed. Het adres, Albert Cuypstraat 349, bevindt zich in de Amsterdamse Pijp, een buurt die in die tijd veel arbeidersgezinnen en mensen in de steun huisvestte.

Gerelateerde Documenten 6