Archiefdocument
Origineel
[Hoofdtekst bovenin - blauwe inkt]
dienst bij overgaan. Genoemde ambtenaren
maaken dagelijks dienst doen aan den visch-
afslag in ruimten, welke sterk verontreinigd
zijn door vischafval, voor reiniging waar-
van met groote hoeveelheden water moet
worden gewerkt, zoodat normaal schoei-
sel onvoldoende bescherming biedt.
[Genoemde personen]
J. C. Lobbes, geb. 16.1.1915, adres: Singel 383 II
J. J. G. v. d. Hoek, geb 13.3.1901. " De Wittenkade 5 II
[Rood omcirkelde tekst linksonder]
Waarom alleen Lobbes
en v/d Hoek?
[Tekst rechtsonder - zeer cursief]
Hierop 7 Dec 1938 vergadering
der hoofden van dienst is afgespro-
ken dat voor een elk paar klompen of een
paar laarzen slechts per 4 jaar 2 paar
verstrekt zou worden. Eigenlijk
[zou?] [zo?] [voor?] [worden?] [gesteld?]. * Onderwerp: Het document handelt over de noodzaak van speciale werkuitrusting (schoeisel zoals klompen of laarzen) voor personeel dat op een visafslag werkt. De argumentatie is dat de werkvloer extreem vervuild is door visafval en constant met grote hoeveelheden water moet worden schoongespoeld, waardoor "normaal schoeisel" (leren schoenen) onbruikbaar is.
* Personen: Het betreft specifiek de ambtenaren J.C. Lobbes en J.J.G. van der Hoek. De rode inkt suggereert dat een controleur of leidinggevende zich afvraagt waarom de aanvraag of uitzondering enkel voor hen geldt en niet voor ander personeel in dezelfde situatie.
* Beleid: De tekst rechtsonder verwijst naar een besluit uit een vergadering van hoofden van dienst op 7 december 1938. Hieruit blijkt dat er strikte regels waren voor het verstrekken van werkschoeisel: men had recht op maximaal twee paar per vier jaar. Dit document illustreert de arbeidsomstandigheden en de bijbehorende bureaucratie van een gemeentelijke instelling in de jaren 1930. De genoemde adressen (Singel en De Wittenkade) zijn typisch Amsterdams; de visafslag waarnaar verwezen wordt is hoogstwaarschijnlijk de Gemeentelijke Visafslag. Het document laat zien hoe praktische werkomstandigheden (vuil en vocht) botsten met zuinige ambtelijke regels over de verstrekking van bedrijfskleding en persoonlijke beschermingsmiddelen in de periode kort voor de Tweede Wereldoorlog. Het betreft specifiek de ambtenaren J.C. Lobbes en J.J.G. van der Hoek. De rode inkt suggereert dat een controleur of leidinggevende zich afvraagt waarom de aanvraag of uitzondering enkel voor hen geldt en niet voor ander personeel in dezelfde situatie.