Administratieve brief (correspondentie).
Origineel
Administratieve brief (correspondentie). 5 september 1942. Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL), Afdeeling Gemeentemagazijn, Amsterdam. Directeur van het Marktwezen, Amsterdam. [GEMEENTEWAPEN AMSTERDAM]
Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening
Van Reigersbergenstraat 2, Amsterdam (West) S/2
Afdeeling: Gemeentemagazijn
Aan:
den Heer Directeur van het Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
AMSTERDAM-W.
Verzoeke bij beantwoording het nummer van dezen brief en de Afd. te vermelden
Nr: 7534/2.e./CDL.
Datum: 5 September 1942
[STEMPEL IN PAARS:] Nº 7/24/1 M. 1942 9/9
[HANDGESCHREVEN IN BLAUW:] n.v.b. spoed.
Met verwijzing naar Uw bon No.329 d.d. Juni j.l. voor:
10 Kg. bandenverf oranje
waarvan levering inmiddels reeds heeft plaatsgevonden, deel ik U mede, dat de leverancier de firma Jacob Martens, alhier, hiervoor alsnog een verfformulier wenscht te ontvangen.
Ik verzoek U derhalve het hierbij ingesloten formulier V.127 in te vullen en ongeteekend, doch wel geparafeerd naar ons adres terug te zenden. Het zou ons aangenaam zijn, indien U hiervoor omgaand wilde zorgen.
Coll. [Paraaf]
De Directeur,
[Signatuur]
[STEMPEL:] Bijlage 300
C.D.L. 114
Stadsdrukkerij Amsterdam
10502-5-42-2000
[HANDGESCHREVEN ONDERAAN:] retour gezonden 8/9 '42 [Paraaf] Dit document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke bureaucratie in bezet Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een administratieve correctie achteraf: hoewel de 10 kg oranje bandenverf (waarschijnlijk gebruikt voor markeringen of onderhoud binnen de Amsterdamse markten) al in juni was geleverd door de firma Jacob Martens, ontbrak het noodzakelijke "verfformulier V.127".
Opvallend is de instructie om het formulier "ongeteekend, doch wel geparafeerd" terug te sturen, wat wijst op specifieke interne controleprocedures. De handgeschreven aantekening onderaan laat zien dat de ontvanger (Marktwezen) voortvarend te werk ging: de brief is op 5 september verzonden en de gevraagde bijlage is op 8 september 1942 reeds geretourneerd. Tijdens de Duitse bezetting was er in Nederland sprake van extreme schaarste aan grondstoffen. Producten zoals verf, metaal en rubber waren strikt gerantsoeneerd. De Centrale Dienst voor de Levensmiddelenvoorziening (CDL) speelde een centrale rol in het beheer van deze schaarste, niet alleen voor voedsel maar ook voor andere essentiële goederen voor gemeentelijke diensten.
Zelfs voor kleine hoeveelheden (zoals 10 kg verf) was een uitgebreide papierwinkel nodig. De leverancier, firma Jacob Martens, had dit formulier waarschijnlijk nodig om zijn eigen voorraadadministratie te verantwoorden tegenover de autoriteiten of om nieuwe grondstoffen te kunnen inkopen. De Jan van Galenstraat, waar de ontvanger gevestigd was, is nog steeds de locatie van de Amsterdamse Centrale Markthallen. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse logistieke en administratieve realiteit van de stad onder bezetting.