Archiefdocument
Origineel
11 december 1942. No.1585/25.7 Fin.1941. Registratie van de kantoormachines der Gemeente.
1049 LM 1942 [handgeschreven]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam,
Vrijdag, 11 December 1942.
De Burgemeester van Amsterdam,
Overwegende, dat het, afgezien van verdergaande, ev. in de toekomst te nemen, contrôlemaatregelen, gewenscht is, dat soort en aantal, merk, prijs, gebruiksduur en meerdere gegevens omtrent de in het bezit der gemeente zijnde kantoormachines (andere dan schrijfmachines, die reeds geregistreerd zijn) op een centraal punt der gemeente worden geregistreerd;
Gezien het advies van het Hoofd van het Bureau voor Organisatie en Efficiency dd. 16 November 1942;
B e s l u i t :
a. te bepalen, dat het bezit der Gemeente aan kantoormachines (andere dan schrijfmachines) zal worden geregistreerd;
b. deze registratie op te dragen aan den Chef der Centrale Schrijfkamer ten Stadhuize.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan alle afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Bureau Gemeentesecretaris (5 stuks), het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Stempel/handgeschreven:] No. 7/41/1 M. 1942 19/12
C.S. Stadhuis,
A'dam 12-'42
[Handgeschreven notities rechtsboven:] p. Marktw [onleesbare parafen] Dit document is een officieel besluit van de Burgemeester van Amsterdam betreffende het beheer van gemeentelijke middelen. Het doel is het centraliseren van de inventaris van alle kantoormachines (zoals rekenmachines of stencilmachines), met uitzondering van schrijfmachines, die blijkbaar al elders geregistreerd stonden.
Opvallend is de nadruk op controle en efficiëntie ("soort en aantal, merk, prijs, gebruiksduur"). Het besluit vloeit voort uit een advies van het 'Bureau voor Organisatie en Efficiency', wat wijst op een professionaliseringsslag binnen het gemeentelijk apparaat. De uitvoering van de registratie wordt neergelegd bij de 'Chef der Centrale Schrijfkamer' in het Stadhuis. De diverse stempels en handgeschreven nummers tonen aan hoe het document door het bureaucratische systeem van de gemeente is verwerkt. Het document dateert uit december 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Amsterdam stond in deze periode onder het bestuur van de regeringsgetrouwe burgemeester Edward Voûte. Tijdens de bezetting werd er door het Nederlandse bestuur, vaak onder druk of naar voorbeeld van de Duitse bezetter, sterk ingezet op administratieve efficiëntie en centrale controle over middelen en personeel.
De registratie van kantoormachines kan gezien worden in het licht van schaarste; tijdens de oorlogsjaren werden dergelijke machines steeds kostbaarder en moeilijker te vervangen, waardoor een nauwkeurige inventarisatie noodzakelijk was voor het beheer van schaarse goederen. J.F. Franken, de ondertekenaar van het extract, was de gemeentesecretaris die de administratieve continuïteit waarborgde. De verwijzing naar het 'Bureau voor Organisatie en Efficiency' weerspiegelt de opkomst van moderne managementprincipes binnen de overheid in die tijd.