Handgeschreven begeleidende brief/nota.
Origineel
Handgeschreven begeleidende brief/nota. 18 januari 1942 (gebaseerd op de administratieve aantekening). Een onbekende werkgever of administratieve dienst (ondertekend met initialen "OD"). De heer Inspecteur der Directe Belastingen, Afdeling Loonbelasting. (Linksboven in rood:) 8A / 6 / 1
(Daarnaast in blauw:) M 18/1/42 H8
(Hoofdtekst:)
Den heer Inspecteur der Directe
Belastingen. Afd. loonbelasting
In bijlage dezer heb ik de eer U
te doen toekomen 76 loonbelasting-
kaarten 1941 van personeel in mijn dienst,
benevens eenige overgehouden blanco materieel.
(Rechtsonder:) OD Het betreft een formeel administratief schrijven waarin een werkgever (of diens administratie) verantwoording aflegt over de loonbelasting van het voorgaande jaar (1941). Er worden exact 76 belastingkaarten ingeleverd, wat aangeeft dat het hier om een middelgroot personeelsbestand gaat. De toon is uiterst beleefd en zakelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen"), conform de destijds geldende ambtelijke etiquette. Het feit dat ook "blanco materieel" (ongebruikte formulieren of kaarten) wordt teruggestuurd, getuigt van een nauwgezette administratie en mogelijk een schaarste aan papier in oorlogstijd. Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De loonbelasting was in Nederland een relatief nieuw fenomeen; deze werd per 1 januari 1941 ingevoerd door de bezetter (het Besluit op de Loonbelasting 1940), ter vervanging van de eerdere personele belasting en de gemeentelijke inkomstenbelastingen. Werkgevers werden vanaf dat moment verplicht om belasting direct in te houden op het loon. De in dit briefje genoemde "loonbelastingkaarten 1941" zijn dus exemplaren van het allereerste jaar dat dit systeem in werking was. De datum van 18 januari 1942 sluit hier naadloos bij aan: de kaarten van het afgesloten jaar 1941 moesten in de loop van januari 1942 bij de fiscus worden ingeleverd. Inspecteur der (De heer)
Samenvatting
Het betreft een formeel administratief schrijven waarin een werkgever (of diens administratie) verantwoording aflegt over de loonbelasting van het voorgaande jaar (1941). Er worden exact 76 belastingkaarten ingeleverd, wat aangeeft dat het hier om een middelgroot personeelsbestand gaat. De toon is uiterst beleefd en zakelijk ("heb ik de eer U te doen toekomen"), conform de destijds geldende ambtelijke etiquette. Het feit dat ook "blanco materieel" (ongebruikte formulieren of kaarten) wordt teruggestuurd, getuigt van een nauwgezette administratie en mogelijk een schaarste aan papier in oorlogstijd.
Historische Context
Dit document is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De loonbelasting was in Nederland een relatief nieuw fenomeen; deze werd per 1 januari 1941 ingevoerd door de bezetter (het Besluit op de Loonbelasting 1940), ter vervanging van de eerdere personele belasting en de gemeentelijke inkomstenbelastingen. Werkgevers werden vanaf dat moment verplicht om belasting direct in te houden op het loon. De in dit briefje genoemde "loonbelastingkaarten 1941" zijn dus exemplaren van het allereerste jaar dat dit systeem in werking was. De datum van 18 januari 1942 sluit hier naadloos bij aan: de kaarten van het afgesloten jaar 1941 moesten in de loop van januari 1942 bij de fiscus worden ingeleverd.