Nominatieve loonlijst (getypt).
Origineel
Nominatieve loonlijst (getypt). Nominatieve lijst van de in het jaar 1941 uitbetaalde loonen aan werklieden (zooals vermeld aan de achterzijde der stamkaarten werklieden in de kolom "totaalbedrag").
H.de Haan | $f$ 1.490,47
E.J.Stegeman | " 1.598,90
W.D.Fransen | " 1.821,82
H.G.A.Kerklingh | " 1.679,32
F.Koning | " 1.812,56 ∠
J.Kroon | " 1.661,72 ∠
G.A.Oosterhoff | " 1.678,86
| $f$ 11.743,65
| ===========
∠ Afgetrokken is: inkoop pensioen tijdelijke dienttijd.
RESERVISTEN, DIENSTDOENDE ALS AMBTENAAR.
Geen stamkaarten bij Marktwezen.
N.v.d.Broek | $f$ 433,42
J.Th.de Vries | " 433,42
| $f$ 866,84
| =========== * Namenlijst: Het document noemt negen individuen (H. de Haan, E.J. Stegeman, W.D. Fransen, H.G.A. Kerklingh, F. Koning, J. Kroon, G.A. Oosterhoff, N. v.d. Broek, en J.Th. de Vries).
* Financiële gegevens: De bedragen variëren tussen de 1.490 en 1.822 gulden voor de vaste werklieden, wat voor 1941 substantiële jaarinkomens waren voor arbeiders. De reservisten ontvingen een lager bedrag (433,42 gulden), wat wijst op een kortere dienstperiode of een deeltijdfunctie.
* Referentietekens: Het symbool ∠ wordt gebruikt als verwijzingsteken bij de namen Koning en Kroon om aan te geven dat er een inhouding heeft plaatsgevonden voor de inkoop van pensioen over een tijdelijke dienstperiode.
* Taalfouten: In de tekst staat de typefout "dienttijd" in plaats van "diensttijd".
* Administratieve bron: Er wordt verwezen naar "stamkaarten" en de afdeling "Marktwezen", wat duidt op een gemeentelijke administratie (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de term Marktwezen daar veelvuldig werd gebruikt voor de marktmeesters en bijbehorend personeel). Dit document stamt uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de bezetting bleven de reguliere gemeentelijke administraties en de uitbetaling van lonen grotendeels op de gebruikelijke wijze functioneren.
De vermelding van "Reservisten, dienstdoende als ambtenaar" is historisch interessant. Na de demobilisatie van het Nederlandse leger in 1940 werden veel militairen en reservisten ingezet in civiele functies of bij de overheid om werkloosheid te voorkomen en de openbare orde/administratie te handhaven. Het feit dat zij "geen stamkaarten bij Marktwezen" hadden, impliceert dat zij administratief mogelijk onder een andere instantie vielen (zoals Defensie of een centraal bureau), maar fysiek werkzaam waren voor de marktdienst.