Archief 745
Inventaris 745-371
Pagina 397
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

Vermoedelijk 25 juni 1942 (afgeleid uit het kenmerk 25/6 en het jaartal 1942). Van: Directeur van de Centrale Slagerij, onderdeel van het Gemeentebestuur van Amsterdam (Centrale Dienst voor de Levensmiddelen). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.

Origineel

Vermoedelijk 25 juni 1942 (afgeleid uit het kenmerk 25/6 en het jaartal 1942). Directeur van de Centrale Slagerij, onderdeel van het Gemeentebestuur van Amsterdam (Centrale Dienst voor de Levensmiddelen). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. No. 8A/40/1 M.1942 25/6 No. 494 L.M. 1942.
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
GEMEENTEBESTUUR VAN AMSTERDAM

Centrale Dienst voor de Levens,.
Centrale Slagerij.
No. 5060/144/CDL.

Den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
Raadhuis,
Amsterdam.

Met overlegging van een van het personeel van de Afd. Centrale Slagerij van den Centralen Dienst v.d. Levensm. voorz. ontvangen schrijven, houdende verzoek te willen goedkeuren, dat die personeelsleden tegen inleveringvan de noodige distributiebonnen in de gelegenheid worden gesteld de voor hunne gezinnen benoodige hoeveelheden vleesch te koopen bij de Centrale Slagerij, heb ik de eer U het volgende te berichten.

Allereerst meen ik te moeten opmerken, dat het uitgangspunt van het betreffende verzoek, n.l.
"dat de echtgenooten veelal van haar slagers vleesch van
"de laagste prijsklasse ontvangen, waarvoor dan de prijs
"van een hoogere klasse zou moeten worden betaald."
geen voldoende reden is, om bedoeld verzoek in te willigen, Immers door inwilliging van het verzoek zou slechts een zeer kleine groep personen gevrijwaard worden tegen dergelijke handelingen van slagers.

Inwilliging van het verzoek zou ongetwijfeld leiden tot moeilijkheden bij de interne verhoudingen bij den dienst. Bij de andere afdeelingen van den dienst zijn nog wel artikelen in voorraad, die in de winkels niet meer, of zeer moeilijk te koop zijn. Moet het personeel werkzaam bij die afdeelingen ook in de gelegenheid worden gesteld deze artikelen bij den dienst te kunnen koopen?

Inwilliging van het verzoek zou bovendien licht tot onregelmatigheden kunnen leiden.

Alvorens het verzoek af te wijzen, zou ik gaarne van U vernemen, of U met die afwijzing kunt instemmen.

Bij Uw antwoord ontvang ik gaarne den brief van het personeel der Centrale Slagerij terug.

De Directeur,
w.g.onleesbaar. Dit document is een ambtelijke afwijzing van een verzoek tot ‘eigen inkoop’ door gemeentepersoneel. Het personeel van de Centrale Slagerij klaagt over de praktijken van particuliere slagers, die vlees van lage kwaliteit voor te hoge prijzen zouden verkopen. Zij vragen daarom of zij hun eigen rantsoen direct bij de gemeentelijke slagerij mogen betrekken.

De directeur voert drie krachtige argumenten aan voor afwijzing:
1. Rechtsgelijkheid: Het probleem van malafide slagers treft de hele bevolking. Door alleen het eigen personeel te bevoordelen, wordt het algemene probleem niet opgelost.
2. Interne jaloezie/Uniformiteit: Als het personeel van de slagerij direct mag inkopen, zullen andere afdelingen (die schaarse goederen zoals droge kruidenierswaren beheren) hetzelfde eisen. Dit zou de interne verhoudingen verstoren.
3. Integriteit: Er wordt gevreesd voor "onregelmatigheden", een eufemisme voor diefstal, vriendjespolitiek of zwarte handel.

De directeur neemt de beslissing niet alleen en legt het voor aan de wethouder, wat getuigt van de politieke gevoeligheid van voedseldistributie in die tijd. De brief dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de voedselschaarste nijpend begon te worden en het distributiesysteem (met de genoemde distributiebonnen) cruciaal was voor het overleven van de burgerbevolking.

De Centrale Dienst voor de Levensmiddelen (CDL) in Amsterdam speelde een sleutelrol in het beheersen van de voedselstroom. In deze periode van schaarste tierde de zwarte handel welig en probeerden winkeliers vaak extra winst te maken door inferieure producten als 'A-kwaliteit' te verkopen.

Het document illustreert de spanning tussen ambtenaren die dicht bij de bron van schaarse goederen werkten en de strikte regels die moesten voorkomen dat zij een bevoorrechte positie innamen ten opzichte van de rest van de hongerende bevolking. Het toont ook aan dat het gemeentebestuur zeer beducht was voor precedentwerking en het verlies van controle op de schaarse voorraden.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke afwijzing van een verzoek tot ‘eigen inkoop’ door gemeentepersoneel. Het personeel van de Centrale Slagerij klaagt over de praktijken van particuliere slagers, die vlees van lage kwaliteit voor te hoge prijzen zouden verkopen. Zij vragen daarom of zij hun eigen rantsoen direct bij de gemeentelijke slagerij mogen betrekken.

De directeur voert drie krachtige argumenten aan voor afwijzing:
1. Rechtsgelijkheid: Het probleem van malafide slagers treft de hele bevolking. Door alleen het eigen personeel te bevoordelen, wordt het algemene probleem niet opgelost.
2. Interne jaloezie/Uniformiteit: Als het personeel van de slagerij direct mag inkopen, zullen andere afdelingen (die schaarse goederen zoals droge kruidenierswaren beheren) hetzelfde eisen. Dit zou de interne verhoudingen verstoren.
3. Integriteit: Er wordt gevreesd voor "onregelmatigheden", een eufemisme voor diefstal, vriendjespolitiek of zwarte handel.

De directeur neemt de beslissing niet alleen en legt het voor aan de wethouder, wat getuigt van de politieke gevoeligheid van voedseldistributie in die tijd.

Historische Context

De brief dateert uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode waarin de voedselschaarste nijpend begon te worden en het distributiesysteem (met de genoemde distributiebonnen) cruciaal was voor het overleven van de burgerbevolking.

De Centrale Dienst voor de Levensmiddelen (CDL) in Amsterdam speelde een sleutelrol in het beheersen van de voedselstroom. In deze periode van schaarste tierde de zwarte handel welig en probeerden winkeliers vaak extra winst te maken door inferieure producten als 'A-kwaliteit' te verkopen.

Het document illustreert de spanning tussen ambtenaren die dicht bij de bron van schaarse goederen werkten en de strikte regels die moesten voorkomen dat zij een bevoorrechte positie innamen ten opzichte van de rest van de hongerende bevolking. Het toont ook aan dat het gemeentebestuur zeer beducht was voor precedentwerking en het verlies van controle op de schaarse voorraden.

Kooplieden in dit dossier 100

A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
A.H. de Haer Uilenburg " 2.667,40
Abraham Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Drukker Uilenburg " 1.842,25
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.H. Klaassens Uilenburg " 1.991,20
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 **L**
A.J.I. Barbiers Uilenburg " 1.970,33 $L$
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
B. Felthuis Uilenburg " 1.757,33
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
G. Hendriks Uilenburg is nog niet in dienst.
Bur.Verkiezingen Uilenburg
C. Bakker Uilenburg **ƒ 67.808,43**
C. Bakker Uilenburg **$f$ 67.808,43**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 **L**
C. Blom Uilenburg " 2.113,09 $L$
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Eggelte Uilenburg " 2.070,32
C.F. Stegeman Uilenburg
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
C.L. Buenting Uilenburg " 1.831,19
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.A. Engelen Uilenburg " 1.750,80
E.J. Stegeman Uilenburg
Electr. materiaal
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1