Archiefdocument
Origineel
25 augustus 1942 De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst voor de voedselvoorziening) VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
SA/42/5 M. 25 Augustus 1942.
Passeering bij
bevordering van
den Chef-Markt-
opzichter J.Renz.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 31 Juli j.l.
om advies ontvangen stuk No. 1/6 L.M. 1942 heb ik de eer U te berich-
ten, dat ik met den Chef-Marktopzichter J.Renz, op diens verzoek,
omtrent de onderhavige aangelegenheid een onderhoud heb gehad, waar-
bij is gebleken, dat Renz meende, dat hij was gepasseerd in mijn
voorstel voor bevordering van den Chef-Marktopzichter C.J. van Moer-
kerken (vide mijn voorstel d.d. 10 Juli j.l. No. SA/42/1 M.) uit-
sluitend op grond van het feit, dat hij voor de betrokken functie
te oud zou zijn.
Ik heb Renz erop gewezen, dat voor een functie, als door mij
bedoeld, ook belangrijke administratieve eischen moesten worden ge-
steld, aan welke eischen hij niet voldoet; Renz heeft dit volmondig
toegegeven en verklaarde, dat hij zich na mijn uiteenzetting vol-
komen bevredigd gevoelde.
Overigens moge ik erop wijzen, dat van een bevordering van
den Chef-Marktopzichter Van Moerkerken nog geen sprake is, aange-
zien de betreffende voorstellen nog in behandeling zijn (vide mijn
vorenvermelden brief ).
De Directeur, De brief behandelt een personeelskwestie binnen de gemeentelijke hiërarchie. Een zekere J. Renz, werkzaam als Chef-Marktopzichter, voelde zich gepasseerd voor een promotie ten gunste van een collega, C.J. van Moerkerken. Renz vermoedde dat zijn leeftijd (hij zou "te oud" zijn) de reden was voor het uitblijven van zijn bevordering.
De Directeur rapporteert aan de Wethouder voor de Levensmiddelen dat hij een gesprek heeft gevoerd met Renz. Tijdens dit gesprek heeft de Directeur uitgelegd dat de afwijzing niet op basis van leeftijd was, maar op basis van het ontbreken van noodzakelijke "administratieve eischen". Renz heeft dit argument volgens de Directeur geaccepteerd. De brief sluit af met de mededeling dat de bevordering van de andere kandidaat (Van Moerkerken) overigens ook nog niet definitief is, aangezien de procedure nog loopt. Dit document stamt uit augustus 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De rol van de "Wethouder voor de Levensmiddelen" en de marktopzichters was in deze periode cruciaal. Vanwege de toenemende schaarste was de distributie van voedsel strikt gereguleerd via een bonnensysteem. Marktopzichters hielden toezicht op de eerlijke handel en de naleving van de prijsvoorschriften om de zwarte markt tegen te gaan.
De formele, bureaucratische toon van de brief is kenmerkend voor de overheidscorrespondentie uit die tijd. Het gebruik van termen als "kantbrief", "j.l." (jongstleden) en "vide" (zie) getuigt van een strikte ambtelijke etiquette, die zelfs onder de druk van de bezettingsjaren bleef voortbestaan. Het document geeft een inkijkje in de interne werking en personeelszaken van een essentiële overheidsdienst in oorlogstijd.