Archiefdocument
Origineel
17 maart [190]9 (waarschijnlijk 1919, gezien de context van de Dienst der Levensmiddelen) De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Levensmiddelen) Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen [Linksboven]
1
18/10/2
Amsterdam.
[Rechtsboven]
17 Maart 9
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen
[Inhoud]
U derhalve aan den wensch van den Algemeenen Venters-,
Markt- en Standplaatshoudersbond in Nederland tegemoet zoudt
willen komen, zou daartoe naar myn meening de Ventverorde-
ning moeten worden aangevuld.
Het verdient myns inziens veeleer overweging, om
voor bepaalde straten, waar zonder bezwaar, ondanks het
ventverbod, eenige lompenventers kunnen worden toegelaten,
aan enkele venters, die daarby belang hebben, individueel
een dispensatie van het ventverbod te verleenen. Een bezwaar
daarby blyft ~~altijd~~ ^echter^, dat het steeds moeilyk valt om uit te
maken welke venter wèl en welke niet voor een dispensatie
in aanmerking behoort te komen.
Ik geef U beleefd in overweging terzake eveneens
het advies in te winnen van den Hoofdcommissaris van Politie.
[Rechtsonder]
De Directeur,
--- * Onderwerp: Het document betreft een beleidsadvies over het reguleren van straathandel in Amsterdam. Er wordt voorgesteld om de bestaande Ventverordening niet alleen aan te vullen, maar te werken met individuele ontheffingen (dispensaties) voor specifieke groepen, zoals lompenventers.
* Belanghebbenden: De brief noemt de Algemeenen Venters-, Markt- en Standplaatshoudersbond in Nederland, wat aantoont dat er sprake was van georganiseerde belangenbehartiging door straatverkopers.
* Problematiek: De auteur voorziet uitvoeringstechnische problemen: het is lastig om objectieve criteria vast te stellen voor wie wel of niet in aanmerking komt voor een uitzonderingspositie.
* Handgeschreven wijziging: In de getypte tekst is het woord "altijd" doorgestreept en vervangen door het handgeschreven "echter", wat de toon van de zin verandert van een vaststaand feit naar een nuancering van het probleem.
--- Dit document stamt uit een periode waarin de gemeente Amsterdam de straathandel steeds strenger begon te reguleren om de openbare orde en doorstroming in de stad te verbeteren. De geadresseerde, de "Wethouder voor de Levensmiddelen", was een functie die vooral tijdens en vlak na de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) van groot belang was vanwege de schaarste en de noodzaak voor een gereguleerde distributie. De datum "17 Maart 9" duidt dan ook zeer waarschijnlijk op 1919. De verwijzing naar de "Hoofdcommissaris van Politie" onderstreept dat venten destijds niet alleen als een economische activiteit werd gezien, maar ook als een handhavingskwestie.