Archiefdocument
Origineel
8 september 1937 [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 18/55/1 1937
DOORGEZONDEN: 30/8.
[In rood krijt/potlood:]
18/55/2 M
[Inktnotatie onder stempel:]
8/9/37 [onleesbaar monogram, mogelijk AJG]
[Rechtsboven:]
A'dam, 8 September 1937.
Concept
MNo -
Clandestiene verkopers.
W.P.J.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27 Augustus j.l. om spoedig advies ontvangen stuk No. 68/33 [onleesbare doorgehaalde toevoeging] heb ik de eer U te berichten, dat bij de Rondvraag van de 51ste vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake wetvergunningen [In de kantlijn met verwijzingsteken: d.d. 12 April j.l.] de heer S Presser hetzelfde onderwerp aan de orde heeft gesteld. Aan het lid der Commissie, de inspecteur van politie R.A.A. Cohen en den secretaris [doorgehaald: H.A. ---] is toen opgedragen terzake een nota op te stellen. Deze nota, die op 6 dezer gereed kwam, wordt hierbij overgelegd.
[Linksonder gedrukt:]
Alg. Zaken Model No. 14-10.000-2 1935. Dit document is een ambtelijk concept (minuut) van een antwoordbrief. De schrijver (geïdentificeerd door de initialen W.P.J.) reageert op een verzoek om "spoedig advies" over het probleem van clandestiene verkopers (straathandel zonder vergunning).
De essentie van de brief is een administratieve terugkoppeling: de schrijver wijst de geadresseerde erop dat dit onderwerp al maanden eerder (in april 1937) ter sprake is gekomen tijdens een vergadering van een adviescommissie. Hij meldt dat er inmiddels een rapport (nota) over is opgesteld door een subcommissie bestaande uit de heer Presser, politie-inspecteur Cohen en de secretaris. Deze nota wordt als bijlage bij de definitieve brief gevoegd.
De tekst bevat typische kenmerken van een concept, zoals de doorgehaalde naam van de secretaris, wat suggereert dat de schrijver op het moment van schrijven onzeker was over de juiste naam of functie. De administratieve stempels en rode nummers duiden op een zorgvuldige archivering binnen het gemeentelijk apparaat van Amsterdam. Het document dateert uit september 1937, een periode waarin de handhaving op de wetvergunningen (waarschijnlijk de Drank- en Horecawet of algemene marktverordeningen) een belangrijk punt van aandacht was voor de gemeente Amsterdam. De "Permanente Commissie van Advies inzake wetvergunningen" speelde een centrale rol in het reguleren van de handel en het verlenen van licenties.
De genoemde personen zijn historisch traceerbaar in de Amsterdamse bestuursarchieven van die tijd. Inspecteur R.A.A. Cohen was een bekende figuur binnen het Amsterdamse politiekorps. Het onderwerp "clandestiene verkopers" wijst op een sociaal-economisch probleem uit de crisistijd van de jaren '30: mensen die buiten de officiële kanalen om goederen probeerden te verkopen om in hun levensonderhoud te voorzien, wat leidde tot klachten van vergunde handelaren en druk op de politie voor strengere handhaving.