Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 28
Dossier 90
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

24 augustus 1937. Van: Venters en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Belang" (L. Seegers, Secretaris). Aan: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Origineel

Getypte brief (afschrift). 24 augustus 1937. Venters en Marktkoopliedenvereeniging "Ons Belang" (L. Seegers, Secretaris). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No. 68/33 K.M. 1937 No. 18/55/1 M. 1937 AFSCHRIFT.

VENTERS EN MARKTKOOPLIEDENVEREENIGING "ONS BELANG".

No. 138 Amsterdam, 24 Augustus 1937.
Ltr. G/A.

Aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Edelachtbare Heeren,

In de toepassing der Ventverordening doet zich, met betrek-
king tot de groep opkoopers (lompenventers) een zeer moeilijke omstandig-
heid voor. Het betreft het optreden van een figuur die de functie van
opkooper uitoefent zonder dat deze onderworpen is aan de bepalingen
die gelden voor het venten in het algemeen en voor het opkoopen in
het bijzonder. Het betreft een reeds zeer belangrijke groep van men-
schen, die zich huis aan huis melden voor het om niet in ontvangst
nemen van oud papier, kranten, lompen enz.

Herhaaldelijk zijn reeds klachten bij de Permanente Com-
missie voor advies inzake ventvergunningen over deze aangelegenheid
binnen gekomen. Algemeen was ook daar het oordeel, dat, indien mogelijk
tegen de betreffende figuur opgetreden moest worden. Tot op het
oogenblik zijn de daartoe te strekken maatregelen echter niet genomen.
Intusschen breid zich het aantal clandestiene opkoopers op onrust-
barende wijze uit, waardoor de bonafide opkooper in het gedrang komt.
De bonafide opkooper moet zijn register bijhouden, moet zijn ventgeld
betalen, moet zich houden aan de hem aangewezen rayons enz., De
clandestiene opkooper doet wat hij wil. De geheele stad is zijn onbe-
perkt terrein en hij heeft nog met het register, nog met een ventver-
gunning iets te maken. Deze omstandigheid heeft reeds vele bonafide
opkoopers tot de vraag gebracht of het niet voordeeliger zou zijn om de
ventvergunning maar in te leveren en het bedrijf dan maar voort te
zetten als clandestiene opkooper of ophaalder.

Ons bestuur is van oordeel, dat, voorop gesteld, dat het effect van de
werking der ventverordening in een zoo groot mogelijke omvang moet
worden verkregen een afdoende regeling tot stand kan worden gebracht
door een daartoe strekkende wijziging van het 2e lid van art. 1 der Vent-
verordening. Genoemd lid luid thans:

"Met het in het eerste lid bedoelde venten wordt in deze verordening
gelijk gesteld het opkoopen van voorwerpen of stoffen van welke aard
ook;"

Indien aan dit lid ook het "ophalen" zou worden toegevoegd en de strek-
king van dit ophalen nader zou worden aangeduid met "het kennelijke
doel om deze voorwerpen of stoffen te verhandelen", zou naar ons oor-
deel ook het ophalen alleen kunnen geschieden door die opkoopers die
in het bezit zijn van een ventvergunning.

Wij verzoeken Uw College derhalve het 2e lid van art. 1 der Ventver-
ordening in deze zin te wijzigen.

                                         Het werk doende namens
                                         Venters en Marktkooplieden-
                                         vereeniging "Ons Belang",
                                         w.g. L. Seegers, Secretaris. In deze brief kaart de beroepsvereniging "Ons Belang" een juridisch hiaat aan in de Amsterdamse Ventverordening van 1937. De kern van het probleem is dat ongeautoriseerde verzamelaars huis-aan-huis goederen zoals oud papier en lompen ophalen zonder hiervoor te betalen ("om niet"). Omdat de verordening destijds spreekt over "opkoopen" (kopen), vallen deze ophalers strikt genomen buiten de wetgeving die vergunningen, administratie (registers) en precariorechten (ventgeld) verplicht stelt.

Dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor de "bonafide" (vergunde) opkopers, die vastzitten aan regels en kosten terwijl de "clandestienen" vrij spel hebben in de gehele stad. De vereniging stelt een zeer specifieke tekstwijziging voor: het toevoegen van het woord "ophalen" aan de definitie, mits dit gebeurt met het doel de goederen later te verhandelen. Hiermee hopen zij de informele sector onder dezelfde regels te brengen als de officiële handelaren. De brief is geschreven in de late jaren dertig, een periode van economisch herstel na de Grote Depressie, maar waarin armoede nog wijdverspreid was. Het ophalen van lompen en oud papier was voor velen een marginale vorm van bestaan. Voor de stad Amsterdam was het reguleren van deze straathandel belangrijk voor de openbare orde en de belastinginkomsten.

Dergelijke verzoeken van beroepsverenigingen tonen de vroege organisatiegraad van kleine zelfstandigen in Nederland. De taal in het document is formeel-ambtelijk ("Edelachtbare Heeren", "daartoe te strekken maatregelen") en volgt de spelling-Marchant, hoewel er enkele kleine spelfouten in de getypte tekst staan (zoals "breid zich" in plaats van "breidt zich" en "luid" in plaats van "luidt"). De afkorting "w.g." onderaan staat voor "was getekend".

Samenvatting

In deze brief kaart de beroepsvereniging "Ons Belang" een juridisch hiaat aan in de Amsterdamse Ventverordening van 1937. De kern van het probleem is dat ongeautoriseerde verzamelaars huis-aan-huis goederen zoals oud papier en lompen ophalen zonder hiervoor te betalen ("om niet"). Omdat de verordening destijds spreekt over "opkoopen" (kopen), vallen deze ophalers strikt genomen buiten de wetgeving die vergunningen, administratie (registers) en precariorechten (ventgeld) verplicht stelt.

Dit leidt tot oneerlijke concurrentie voor de "bonafide" (vergunde) opkopers, die vastzitten aan regels en kosten terwijl de "clandestienen" vrij spel hebben in de gehele stad. De vereniging stelt een zeer specifieke tekstwijziging voor: het toevoegen van het woord "ophalen" aan de definitie, mits dit gebeurt met het doel de goederen later te verhandelen. Hiermee hopen zij de informele sector onder dezelfde regels te brengen als de officiële handelaren.

Historische Context

De brief is geschreven in de late jaren dertig, een periode van economisch herstel na de Grote Depressie, maar waarin armoede nog wijdverspreid was. Het ophalen van lompen en oud papier was voor velen een marginale vorm van bestaan. Voor de stad Amsterdam was het reguleren van deze straathandel belangrijk voor de openbare orde en de belastinginkomsten.

Dergelijke verzoeken van beroepsverenigingen tonen de vroege organisatiegraad van kleine zelfstandigen in Nederland. De taal in het document is formeel-ambtelijk ("Edelachtbare Heeren", "daartoe te strekken maatregelen") en volgt de spelling-Marchant, hoewel er enkele kleine spelfouten in de getypte tekst staan (zoals "breid zich" in plaats van "breidt zich" en "luid" in plaats van "luidt"). De afkorting "w.g." onderaan staat voor "was getekend".

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →