Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder voorgedrukt hoofd). 8 september 1937. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen of een aanverwante gemeentelijke dienst). VP/HG.
G. de Boer [handgeschreven]
18/55/2 M.
n 2 extra [handgeschreven]
8 September 1937.
Clandestiene opkoopers.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 27
Augustus j.l. om spoedig advies ontvangen stuk no. 68/33 L.M.
1937 heb ik de eer U te berichten, dat bij de Rondvraag van
de 51ste vergadering van de Permanente Commissie van Advies
inzake ventvergunningen d.d. 12 April j.l. de heer Presser
hetzelfde onderwerp aan de orde heeft gesteld. Aan het lid
der Commissie, den inspecteur van politie L.A.A. Cohen en den
secretaris is toen opgedragen terzake een nota op te stellen.
Deze nota, die op 6 dezer gereed kwam, wordt hierbij overge-
legd. Ik stel mij voor, haar in de eerstvolgende vergadering
van de bovengenoemde Commissie aan de orde te stellen.
Wat de door den heer Seegers voorgestelde wijziging
der Ventverordening betreft, moge ik naar bladz. 2 der nota
verwijzen: wanneer ook het "ophalen" van voorwerpen of
stoffen met venten wordt gelijk gesteld, zal het ophalen van
kranten e.d. krachtens artikel 1 lid 1 der Ventverordening,
venten met gedrukte stukken uitmaken, hetgeen niet verboden
is. Aangezien het juist de kranten-ophalers zijn, die veelal
clandestien als lompenopkooper optreden, zou de door den
heer Seegers gedachte wijziging zeker niet doeltreffend zijn.
Wanneer de Permanente Commissie van Advies zich met
de nota der heeren Cohen en Mr. Van Praag vereenigt, zal ik U
dienovereenkomstig voorstellen doen. Inmiddels ware den heer
Seegers te berichten, dat de door hem bedoelde aangelegenheid
in de eerstvolgende vergadering van de Permanente Commissie
inzake ventvergunningen aan de orde zal worden gesteld.
De Directeur, * **Onderwerp:** De brief behandelt de problematiek van "clandestiene opkopers" en een voorgestelde wijziging van de Ventverordening.
- Kern van de zaak: Er is een juridisch-bestuurlijk probleem met mensen die kranten ophalen (wat is toegestaan als "venten met gedrukte stukken"), maar dit gebruiken als dekmantel om illegaal als "lompenopkoper" actief te zijn.
- Juridisch knelpunt: De heer Seegers had voorgesteld om het "ophalen" van goederen gelijk te stellen aan "venten". De Directeur merkt echter op dat dit averechts werkt: als het ophalen van kranten officieel als "venten" wordt gezien, valt het onder de bescherming van de vrije handel in gedrukte stukken, waardoor de politie juist minder grip krijgt op de clandestiene handel die daarachter schuilgaat.
- Betrokkenen:
- L.A.A. Cohen: Inspecteur van politie en lid van de commissie.
- Mr. Van Praag: Mede-auteur van de nota.
- Heer Presser: Commissielid die de zaak aanhangig maakte.
- Heer Seegers: Indiener van het voorstel tot wijziging van de verordening. Dit document stamt uit september 1937, een periode waarin de economische crisis nog voelbaar was en informele straathandel (zoals de handel in lompen en oud papier) een belangrijke bron van inkomsten vormde voor de armste lagen van de bevolking. De overheid probeerde deze handel te reguleren via ventvergunningen om overlast te beperken en belastingontduiking tegen te gaan.
De brief is zeer waarschijnlijk afkomstig uit het archief van de gemeente Amsterdam, gezien de terminologie ("Wethouder voor de Levensmiddelen") en de namen Presser, Cohen en Van Praag, die veel voorkwamen binnen het toenmalige Amsterdamse ambtenarenapparaat en de Joodse gemeenschap die daar een groot aandeel in had. De formele, uiterst correcte toon is kenmerkend voor de vooroorlogse Nederlandse bureaucratie.