Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 26
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven juridische studienotities.

Origineel

Handgeschreven juridische studienotities. Het W. v. S. verklaard..

Noyon (4 de druk) I, pag. 509 - 510.

"Opkooper is hij, die een beroep of een gewoonte maakt
van het koopen van goederen buiten den geregelden
handel, van ieder die ze ten verkoop aanbiedt."

„dat is alles wat strekt tot het in bezit
krijgen van de goederen door de hier bedoelde
personen.”

510 -> „men was het geheel eens over de bedoeling
tot het voorkomen, dat iemand zich aan de
bepalingen omtrent den opkooper zoude
kunnen onttrekken door niet een eigenlijke
koopovereenkomst te sluiten maar zich op
andere wijze het bezit van goederen te
verzekeren.”

Deze bedoeling is ook tot uitdrukking gekomen in
de artikelen 437 en 437 bis, waarin de bepalingen
betreffende opkoopers en andere daar genoemde
personen toepasselijk zijn bij goederen
waarvan het bezit niet alleen door koop
maar ook door inruilen, schenking, in pand,
gebruik of bewaring nemen is verkregen.”


hoefd. men enz. die bona fide ophalen!

[In de linkerkantlijn:]
Tweede
Kamer
Wet 7-6
-1919
S. 311
Amendement
Cie v. Rapporteurs
Minister: onder eenige
andere titel
welke blijkb. dezelfde
strekking hebben. De tekst is een nauwkeurige exegese van de artikelen 437 en 437 bis van het Wetboek van Strafrecht (WvS), die betrekking hebben op heling en de verplichtingen van opkopers. De schrijver baseert zich op het gezaghebbende commentaar van Noyon en de parlementaire geschiedenis van de wetswijziging van 1919.

De essentie van de passage is de verbreding van het begrip 'verkrijging'. Voorheen konden kwaadwillenden de wet omzeilen door te stellen dat zij goederen niet hadden 'gekocht', maar via ruil of inbewaringneming hadden verkregen. De wetgever (via de Commissie van Rapporteurs en de Minister) heeft in 1919 expliciet de bedoeling uitgesproken om elke vorm van bezitsoverdracht onder de regelgeving te laten vallen, mits het doel het "verzekeren van het bezit" was. De wet van 7 juni 1919 (S. 311) was een cruciale stap in de bestrijding van de handel in gestolen goederen. Door de definitie van opkoper en de wijze van verkrijging ruimer te formuleren, kreeg de politie meer grip op de helingketen. Opkopers werden verplicht registers bij te houden, ongeacht of zij goederen kochten, ruilden of in pand namen.

De referentie aan "bona fide" (te goeder trouw) onderaan de pagina duidt op de juridische grens van de strafbaarheid: de wet is bedoeld om malafide handel aan te pakken, terwijl de positie van de verkrijger die oprecht niet wist dat goederen van misdrijf afkomstig waren, een punt van juridische aandacht bleef.

Samenvatting

De tekst is een nauwkeurige exegese van de artikelen 437 en 437 bis van het Wetboek van Strafrecht (WvS), die betrekking hebben op heling en de verplichtingen van opkopers. De schrijver baseert zich op het gezaghebbende commentaar van Noyon en de parlementaire geschiedenis van de wetswijziging van 1919.

De essentie van de passage is de verbreding van het begrip 'verkrijging'. Voorheen konden kwaadwillenden de wet omzeilen door te stellen dat zij goederen niet hadden 'gekocht', maar via ruil of inbewaringneming hadden verkregen. De wetgever (via de Commissie van Rapporteurs en de Minister) heeft in 1919 expliciet de bedoeling uitgesproken om elke vorm van bezitsoverdracht onder de regelgeving te laten vallen, mits het doel het "verzekeren van het bezit" was.

Historische Context

De wet van 7 juni 1919 (S. 311) was een cruciale stap in de bestrijding van de handel in gestolen goederen. Door de definitie van opkoper en de wijze van verkrijging ruimer te formuleren, kreeg de politie meer grip op de helingketen. Opkopers werden verplicht registers bij te houden, ongeacht of zij goederen kochten, ruilden of in pand namen.

De referentie aan "bona fide" (te goeder trouw) onderaan de pagina duidt op de juridische grens van de strafbaarheid: de wet is bedoeld om malafide handel aan te pakken, terwijl de positie van de verkrijger die oprecht niet wist dat goederen van misdrijf afkomstig waren, een punt van juridische aandacht bleef.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →