Brief / Ambtelijk schrijven
Origineel
Brief / Ambtelijk schrijven 11 december 1937 [Briefhoofd stempel:]
POLITIE TE AMSTERDAM
Sectie .......... Afd. ..........
Lr. .......... No. ..........
[Datumstempel/handgeschreven:]
AMSTERDAM, 11 Dec. 1937.
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
Mc C.v.A.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van de over mij ontvangen nota van den Alg. Ventersbond zou ik U gaarne het navolgende willen mededeelen en wel schriftelijk, omdat ik vermoedelijk de vergadering onzer Commissie, waarin die nota zal worden behandeld, niet zal bijwonen.
Ik heb n.l. bij mij thuis opdracht gegeven de oude kranten niet meer aan een „krantenman”, maar voortaan slechts – zonder vergoeding – aan lompen.
Aan
den Heer Voorzitter
der Permanente Commissie
enz. enz.
Alhier
[Rechtsonder gedrukt:] 2500-6-8-’34
[Rechtsonder handgeschreven paginanummer:] 18 In deze brief reageert een medewerker van de Amsterdamse politie op een klacht of nota van de "Algemeene Ventersbond". De kern van de zaak lijkt te gaan over de inzameling van oude kranten. De schrijver verduidelijkt zijn persoonlijke handelwijze: hij geeft zijn oude kranten niet langer aan een professionele "krantenman" (die daar vermoedelijk een vergoeding voor gaf of de kranten doorverkocht), maar schenkt ze voortaan gratis aan de lompeninzameling.
De schrijver stelt dit op schrift omdat hij verwacht niet aanwezig te kunnen zijn bij de vergadering van de "Permanente Commissie" waar dit onderwerp op de agenda staat. De brief is formeel van toon en geschreven in de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "den", "onzer"). Het document dateert uit december 1937. In het interbellum was de handel in herbruikbare materialen zoals oude kranten en lompen (textiel) een belangrijke bron van inkomsten voor kleine zelfstandigen en straatventers. De "Algemeene Ventersbond" behartigde de belangen van deze groep.
Er bestonden vaak strenge regels en vergunningsstelsels voor wie wat mocht ophalen in welke wijk. De politie van Amsterdam (met name de "Permanente Commissie") speelde een rol in het toezicht op deze reglementen. De brief suggereert een geschil over de afgifte van papier, waarbij de schrijver benadrukt dat hij de kranten nu gratis weggeeft, wat mogelijk relevant was voor de juridische of beleidsmatige discussie over ventvergunningen en oneerlijke concurrentie.
Samenvatting
In deze brief reageert een medewerker van de Amsterdamse politie op een klacht of nota van de "Algemeene Ventersbond". De kern van de zaak lijkt te gaan over de inzameling van oude kranten. De schrijver verduidelijkt zijn persoonlijke handelwijze: hij geeft zijn oude kranten niet langer aan een professionele "krantenman" (die daar vermoedelijk een vergoeding voor gaf of de kranten doorverkocht), maar schenkt ze voortaan gratis aan de lompeninzameling.
De schrijver stelt dit op schrift omdat hij verwacht niet aanwezig te kunnen zijn bij de vergadering van de "Permanente Commissie" waar dit onderwerp op de agenda staat. De brief is formeel van toon en geschreven in de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "den", "onzer").
Historische Context
Het document dateert uit december 1937. In het interbellum was de handel in herbruikbare materialen zoals oude kranten en lompen (textiel) een belangrijke bron van inkomsten voor kleine zelfstandigen en straatventers. De "Algemeene Ventersbond" behartigde de belangen van deze groep.
Er bestonden vaak strenge regels en vergunningsstelsels voor wie wat mocht ophalen in welke wijk. De politie van Amsterdam (met name de "Permanente Commissie") speelde een rol in het toezicht op deze reglementen. De brief suggereert een geschil over de afgifte van papier, waarbij de schrijver benadrukt dat hij de kranten nu gratis weggeeft, wat mogelijk relevant was voor de juridische of beleidsmatige discussie over ventvergunningen en oneerlijke concurrentie.