Brief of rapportagefragment op gelinieerd papier.
Origineel
Brief of rapportagefragment op gelinieerd papier. venters mede te geven.
Dit nu is twee
malen geschied, waarbij,
tot mijn verwondering,
gebleken is, dat de lompen-
venters slechts met tegen-
zin de kranten medena-
men.
Beiden zeiden, gelijk-
luidend, aan kranten
niets te hebben en vroegen
of wij niets anders hadden.
Tenslotte hebben ze toch
de kranten medegenomen,
z. g. om ons „een plezier
te doen.”
Het komt mij ge-
wenscht voor, dat onze
Commissie met deze men-
taliteit op de hoogte is.
Het lid der Commissie:
[Handtekening] De tekst is een verslag van een lid van een commissie over de interactie met 'lompenventers' (handelaren in oude kleding en papier). De schrijver merkt met verbazing op dat deze venters onwillig waren om oude kranten aan te nemen. Ze beweerden dat ze aan de kranten niets hadden en vroegen expliciet om andere materialen (waarschijnlijk textiel/lompen, die meer opbrachten). Uiteindelijk namen ze de kranten mee als een zogenaamde gunst ("om ons een plezier te doen"). De schrijver vindt het belangrijk dat de commissie op de hoogte is van deze houding van de venters. In de 19e en vroege 20e eeuw was de handel in lompen en oud papier een belangrijke bron van inkomsten voor zowel arme zelfstandigen als liefdadigheidsinstellingen. Commissies van instellingen (zoals de Vincentiusvereniging of kerken) verzamelden vaak restmaterialen bij de burgerij om deze te verkopen voor het goede doel. De tekst suggereert een zakelijke of organisatorische relatie waarbij de waarde van oud papier blijkbaar aan het dalen was, of waarbij de venters selectiever werden in wat zij wilden ophalen. De formele toon ("Het komt mij gewenscht voor") wijst op een officiële interne rapportage.
Samenvatting
De tekst is een verslag van een lid van een commissie over de interactie met 'lompenventers' (handelaren in oude kleding en papier). De schrijver merkt met verbazing op dat deze venters onwillig waren om oude kranten aan te nemen. Ze beweerden dat ze aan de kranten niets hadden en vroegen expliciet om andere materialen (waarschijnlijk textiel/lompen, die meer opbrachten). Uiteindelijk namen ze de kranten mee als een zogenaamde gunst ("om ons een plezier te doen"). De schrijver vindt het belangrijk dat de commissie op de hoogte is van deze houding van de venters.
Historische Context
In de 19e en vroege 20e eeuw was de handel in lompen en oud papier een belangrijke bron van inkomsten voor zowel arme zelfstandigen als liefdadigheidsinstellingen. Commissies van instellingen (zoals de Vincentiusvereniging of kerken) verzamelden vaak restmaterialen bij de burgerij om deze te verkopen voor het goede doel. De tekst suggereert een zakelijke of organisatorische relatie waarbij de waarde van oud papier blijkbaar aan het dalen was, of waarbij de venters selectiever werden in wat zij wilden ophalen. De formele toon ("Het komt mij gewenscht voor") wijst op een officiële interne rapportage.