Getypte brief/conclusie van een rapport (Resumé).
Origineel
Getypte brief/conclusie van een rapport (Resumé). 25 november 1937. groter zijn,indien het publiek deze artikelen aan de venters verkopph
en de opbrengst hiervan aan de instellingen toezendt.Zo het thans gaat,
hebben enkele opkopers het grootste voordeel bij deze liefdadigheid.
Ook voor de bedoelde instellingen,behoeven de in het rapport voorgestel-
de maatregelen dus geen nadelige gevolgen te hebben.
Resumé
Resumerende heb ik de eer u het volgende als mijn conclusie mede te delen.
1. Het aantal krantenophalers bedraagt ruimm 200.
2. Dat de kinder exploitatie in dit bedrijf onmenselijke vormen heeft
aangenomen.
3. Dat bij een eventueel verbod,het ophalen van oud papier zijn gewone
voortgang zal hebben.
4 Dat de gevolgen van zulk een verbod van uiterst geringe financiele be-
tekenis zullen zijn,voor de Gem. Instelling voor Maatsch. Steun.
5. Dat liefdadigheidsinstellingen gewoon kunnen doorgaan met het ophalen
van oud papier bij klanten.
6. Dat het zowel voor de armen als voor de bonafide venters van groot be-
lang is,het venten ~~voor~~ om oude kleren e.d. te verbieden aan liefdadig-
Indien heids instellingen behoudens/dit werk wordt verricht,door venters met
ventvergunning en register.
Vertrouwende aan het verzoek van uw commissie te hebben voldaan.
Amsterdam 25 November 1937. [Handtekening: S. Presser] Dit document bevat de conclusies van een onderzoek naar de informele sector van de straathandel in Amsterdam aan het eind van de jaren '30. De tekst kaart een specifiek sociaal probleem aan: onder het mom van liefdadigheid werden kinderen uitgeperst ("kinder exploitatie") in het ophalen van kranten en kleding, waarbij de winst vaak niet naar goede doelen ging maar naar commerciële opkopers.
De schrijver stelt een strenger vergunningenstelsel voor om bonafide venters en de armen te beschermen tegen ongecontroleerde wildgroei. Opvallend is de typo "verkopph" in de eerste regel en de handgeschreven toevoeging van het woord "Indien" in de marge bij punt 6, bedoeld om de voorwaarde van een vergunning te verduidelijken. Het document dateert uit 1937, een periode waarin Nederland nog volop de gevolgen van de Grote Depressie voelde. In steden als Amsterdam was straathandel voor velen een laatste redmiddel om aan een inkomen te komen, wat leidde tot excessen en onhygiënische of onveilige situaties.
De genoemde "Gem. Instelling voor Maatsch. Steun" was de voorloper van de sociale dienst in Amsterdam. In deze tijd probeerde de overheid de armoedebestrijding en de informele economie meer te rationaliseren en te professionaliseren, mede om misbruik van charitatieve gevoelens en uitbuiting van minderjarigen tegen te gaan.