Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 39
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

6 september 1937. Van: Onbekend (ondergetekenden), waarschijnlijk een ambtelijke afdeling of juridisch adviseur van de gemeente Amsterdam.

Origineel

6 september 1937. Onbekend (ondergetekenden), waarschijnlijk een ambtelijke afdeling of juridisch adviseur van de gemeente Amsterdam. № 18/57/1 M. 1937 8/9

[Handgeschreven aantekening:] Lekstroom

AMSTERDAM, 6 September 1937.

Aan de Permanente Commissie van Advies
inzake ventvergunningen.

Ter vergadering van Uw Commissie d.d. 12 April jl. werd
den ondergeteekenden verzocht om een nota samen te stellen, be-
treffende de mogelykheid om maatregelen te nemen tegen degenen,
die in de stad oud papier plegen op te halen, tot schade van de
lompenventers, die in het bezit der ingevolge de Ventverordening
vereischte vergunning zyn. Naar aanleiding van dit verzoek hebben
de ondergeteekenden de eer U het navolgende te berichten:

  1. Krachtens artikel 437 Wetboek van Strafrecht wordt
    onder andere gestraft: "de opkooper ........ die geen doorloo-
    pend register houdt of in het door hem gehouden register niet
    onverwyld aanteekening houdt van alle door hem gekochte, inge-
    ruilde, als geschenk aangenomen of in pand, gebruik of bewaring
    genomen goederen, enz."

Onder "opkooper" wordt, krachtens artikel 90 bis Wet-
boek van Strafrecht verstaan: "hy die van opkoopen een beroep of
eene gewoonte maakt", terwyl het tweede lid van dit artikel onder
"opkoopen" begrypt: "alle handelingen, hoe ook genaamd, waarmede
kenlyk hetzelfde wordt beoogd." Op grond van deze laatste bepa-
ling en mede gelet op het feit, dat volgens het bovenaangehaalde
artikel 437 onder andere ook van het ten geschenke aangenomen
goed aanteekening in een doorloopend register moet geschieden,
staat het vast, dat ook degene, die zyn beroep of gewoonte maakt
van het ten geschenke aannemen van goederen, als "opkooper" in
den zin van het Wetboek van Strafrecht moet worden aangemerkt en
dus een register moet byhouden. Deze opvatting wordt ook in de
juridische litteratuur gehuldigd: vide Noyon: "Het Wetboek van
Strafrecht Verklaard", (4e druk), deel I, pagina 510.

Tegen de hier ter stede voorkomende ophalers van oude
kranten kan dus reeds thans, wegens overtreding van artikel 437
Wetboek van Strafrecht worden opgetreden, aangezien zy immers
geen register houden. Een dergelyk optreden zou echter, naar de
meening van ondergeteekenden, alleen tengevolge hebben, dat zy Dit document is een juridische verkenning van de handhavingsmogelijkheden tegen informele ophalers van oud papier in Amsterdam in 1937. De centrale vraag is hoe men kan optreden tegen personen die geen officiële ventvergunning hebben, maar wel de handel van legale "lompenventers" verstoren.

De auteurs gebruiken een vernuftige juridische redenering: door de definitie van "opkooper" in het Wetboek van Strafrecht ruim te interpreteren (conform artikel 90 bis), vallen ook degenen die gratis oud papier ophalen onder deze term. Omdat artikel 437 opkopers verplicht een register bij te houden van álle verkregen goederen — inclusief geschenken — en deze informele ophalers dat nooit doen, kunnen zij op basis van deze administratieve overtreding worden vervolgd. Er wordt verwezen naar het destijds standaard juridische naslagwerk van Noyon om deze interpretatie te onderbouwen. De brief dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de economische nasleep van de crisis nog voelbaar was. Voor veel werklozen of armen was het ophalen van oud papier, metalen en lompen een manier om een schamel inkomen te genereren. Dit leidde tot wrijving met de gevestigde, vergunde beroepsgroep van lompenventers die leges moesten betalen voor hun vergunning.

De overheid probeerde via dergelijke juridische weggetjes de informele economie en de daarmee gepaard gaande "overlast" of ongeoorloofde concurrentie in de stad te beheersen. Het document illustreert de bureaucratische en legalistische benadering van sociale en economische problemen in die tijd. De tekst op deze pagina eindigt abrupt, wat suggereert dat er een vervolgpagina was met de verdere conclusies of de handtekeningen van de opstellers.

Samenvatting

Dit document is een juridische verkenning van de handhavingsmogelijkheden tegen informele ophalers van oud papier in Amsterdam in 1937. De centrale vraag is hoe men kan optreden tegen personen die geen officiële ventvergunning hebben, maar wel de handel van legale "lompenventers" verstoren.

De auteurs gebruiken een vernuftige juridische redenering: door de definitie van "opkooper" in het Wetboek van Strafrecht ruim te interpreteren (conform artikel 90 bis), vallen ook degenen die gratis oud papier ophalen onder deze term. Omdat artikel 437 opkopers verplicht een register bij te houden van álle verkregen goederen — inclusief geschenken — en deze informele ophalers dat nooit doen, kunnen zij op basis van deze administratieve overtreding worden vervolgd. Er wordt verwezen naar het destijds standaard juridische naslagwerk van Noyon om deze interpretatie te onderbouwen.

Historische Context

De brief dateert uit de late jaren '30, een periode waarin de economische nasleep van de crisis nog voelbaar was. Voor veel werklozen of armen was het ophalen van oud papier, metalen en lompen een manier om een schamel inkomen te genereren. Dit leidde tot wrijving met de gevestigde, vergunde beroepsgroep van lompenventers die leges moesten betalen voor hun vergunning.

De overheid probeerde via dergelijke juridische weggetjes de informele economie en de daarmee gepaard gaande "overlast" of ongeoorloofde concurrentie in de stad te beheersen. Het document illustreert de bureaucratische en legalistische benadering van sociale en economische problemen in die tijd. De tekst op deze pagina eindigt abrupt, wat suggereert dat er een vervolgpagina was met de verdere conclusies of de handtekeningen van de opstellers.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →