Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of het College van B&W).
Origineel
Notulen van een vergadering (waarschijnlijk een gemeenteraadscommissie of het College van B&W). -2-
De Voorzitter stelt hierna punt 2 der agenda aan de orde:
Mededeelingen en ingekomen stukken.
Spreker deelt mede, dat op een verzoek van Mevr. M.E.
Jansen door het Gemeentebestuur, overeenkomstig het ad-
vies van de Commissie, afwyzend is beschikt.
Ingekomen stukken.
Verzoek van H.F.B.Welman om hem alsnog een ventvergunning
te verleenen (om advies aan de Commissie gezonden onder
No.62/462 L.M.1937).
De Voorzitter deelt mede, dat een verzoek van adressant in 1935 is af-
gewezen, omdat hy twaalf dagen na 1 Januari 1935, den da-
tum vóór welken vergunningen moesten worden aangevraagd,
een aanvrage had ingediend. Thans is echter gebleken, dat
adressant tot 1933 van het venten te Amsterdam zyn beroep
heeft gemaakt; een desbetreffende verklaring van een
agent van politie bevindt zich onder de stukken. Tenge-
volge van ziekte van zyn vrouw moest adressant in 1933 de
huishouding gaan waarnemen, waardoor hy niet meer zyn be-
roep kon uitoefenen. Volgens mededeelingen van Maatschap-
pelyken Steun is adressant sedertdien, wanneer hy werkte,
afwisselend als venter en als muzikant werkzaam geweest;
hy wil thans trachten in het ventersberoep zyn brood te
verdienen. Volgens een attest van den Gemeentelyken Ge-
neeskundigen Dienst d.d. 9 December 1937 is het niet meer
noodig, dat hy de huishouding voor zyn vrouw waarneemt.
Welman heeft in 1935 ook nog gedurende korten tyd op de
markt een plaats ingenomen. Spreker is van meening, dat
hier byzondere motieven kunnen worden aangevoerd, waar-
door aannemelyk wordt gemaakt, dat adressant destyds niet
tydig zyn ventvergunning heeft aangevraagd.
De heer Seegers vindt dit een duistere zaak. Hy is van meening, dat
Maatschappelyke Steun te veel wil bewyzen. Spreker heeft
den indruk, dat de man niet als venter doch als muzikant
moet worden beschouwd.
De Voorzitter bestrydt de meening van den heer Seegers; spreker toont
aan, dat men niet kan zeggen, dat de brief van Maatschap- Dit document geeft een inkijk in de strikte bureaucratie rondom de verlening van ventvergunningen in Amsterdam tijdens het interbellum. De kern van de zaak is het verzoek van H.F.B. Welman, die zijn vergunning in 1935 was kwijtgeraakt omdat hij de aanvraagtermijn met twaalf dagen had overschreden.
Interessant zijn de sociale aspecten die hier worden aangehaald:
1. Zorgtaken: Welman kon niet werken omdat hij voor zijn zieke vrouw moest zorgen. In de jaren '30 was dit een geldige, doch streng getoetste reden voor werkonderbreking.
2. Bewijsvoering: Er wordt gebruikgemaakt van diverse officiële bronnen om zijn verhaal te staven: een politieverklaring (voor zijn beroepsverleden), informatie van 'Maatschappelyken Steun' (sociale dienst) en een medisch attest van de GGD (om aan te tonen dat hij nu weer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt).
3. Beroepsidentiteit: Er ontstaat een discussie over de vraag of Welman een 'venter' of een 'muzikant' is. In die tijd was dit onderscheid cruciaal voor de aard van de vergunning en de sociale status. De heer Seegers wantrouwt de welwillendheid van de sociale dienst. Het document dateert uit eind 1937, een periode waarin Nederland nog steeds de gevolgen voelde van de Grote Depressie. De overheid probeerde de straathandel (venten) strak te reguleren om wildgroei te voorkomen en de markt te beschermen. Vergunningen waren schaars en essentieel voor het levensonderhoud van de armere klassen.
De taal is formeel-ambtelijk met de destijds gebruikelijke spelling (zoals de 'y' in plaats van 'ij' en de tussen-n in 'mededeelingen'). Het document weerspiegelt de paternalistische houding van de overheid, waarbij de private gezinssituatie van burgers tot in detail werd onderzocht om te bepalen of zij recht hadden op een werkvergunning. De tegenstelling tussen de Voorzitter (die een menselijker maat hanteert) en de heer Seegers (die een strengere lijn voorstaat) is tekenend voor de politieke debatten over sociale steun in die tijd. Mevr. M.E. Jansen H.F.B. Welman de heer Seegers (commissielid) de Voorzitter.