Archief 745
Inventaris 745-373
Pagina 63
Dossier 92
Jaar 1942
Stadsarchief

Notulen/verslag van een vergadering (fragment).

Origineel

Notulen/verslag van een vergadering (fragment). -9-

Voorzitter mede, dat het publiek zal worden kenbaar ge-
maakt, dat de Algemeene Ventersbond als organisatie zal
zorgdragen voor het weghalen van oud-papier, wanneer
men er geen raad mee weet. Er zyn voldoende manieren
om het papier kwyt te raken: men kan het aan een lief-
dadigheidsinstelling geven, men kan het in de vuilnis-
bak deponeeren of het aan winkeliers geven, die altyd
wel papier noodig hebben; desgewenscht kan men het ook
doen weghalen - gratis - door den Algemeenen Venters-
bond.

De Voorzitter is van meening, dat het rapport Presser moet worden
overgelegd aan het Gemeentebestuur, met al de aan dit
rapport ten grondslag liggende persoonlyke gegevens,
welke hy den heer Presser verzoekt alsnog over te leggen.

De heer Presser deelt mede, dat de tellingen, die voorkomen in zyn
rapport, niet hoofdelyk zyn opgemaakt. Spreker weet
echter, dat de Politie een lyst heeft van namen en
adressen van de opkoopers van oud papier.

De heer Seegers acht het niet noodig, dat vooraf advies wordt inge-
wonnen omtrent misstanden, die eventueel zouden bestaan.
Spreker acht het het beste, dat de nota van de heeren
Van Praag en Cohen aan het Gemeentebestuur wordt voor-
gelegd en tengevolge hiervan de Ventverordening wordt
aangevuld. Daarna kan voor elk speciaal geval, dat een
vergunning aan een oud-papierophaler moet worden ver-
leend, het advies worden ingewonnen van Politie, Maat-
schappelyken Steun, etc. Dit lykt spreker een vluggere
werkwyze dan die, welke de Voorzitter in het door hem
geformuleerde eerste punt aangaf.

De Voorzitter is van meening, dat Burgemeester en Wethouders er eerst
in principe van overtuigd moeten zyn, dat er misstanden
bestaan en daarom zullen zy stellig een rapport van be-
voegde Gemeente-instanties willen zien. Thans is er al-
leen nog maar een rapport van een organisatie. Spreker
erop, dat de heer Seegers dus reeds aanneemt, dat er
speciale vergunningen zullen worden gegeven; dit wil Dit document is een verslag van een discussie over de regulering van de oud-papierhandel. Er tekenen zich drie standpunten af:

  1. De Voorzitter: Pleit voor een formele, bureaucratische aanpak. Hij wil dat het rapport van Presser (inclusief alle onderliggende persoonsgegevens) naar het Gemeentebestuur gaat. Hij is van mening dat B&W eerst door officiële instanties overtuigd moeten worden van de noodzaak (misstanden) voordat er beleid wordt gewijzigd.
  2. De heer Presser: Heeft een rapport opgesteld over de handel, maar geeft aan dat zijn data niet op individueel niveau ("hoofdelyk") zijn verzameld. Hij verwijst naar de politie voor specifieke lijsten van opkopers.
  3. De heer Seegers: Stelt een pragmatischere, snellere route voor. Hij wil direct de "Ventverordening" (de lokale wetgeving voor straathandel) aanpassen op basis van een nota van Van Praag en Cohen. De individuele toetsing (via Politie en Maatschappelijk Steun) zou dan pas moeten plaatsvinden bij de concrete vergunningsaanvraag.

De kern van het conflict is de volgorde van handelen: eerst bewijs van misstanden via officiële rapporten (Voorzitter), of direct de regels aanpassen en daarna per geval toetsen (Seegers). Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst het taalgebruik (zoals de spelling den, altyd, persoonlyke) en de context op de periode rond het midden van de 20e eeuw in Nederland, vermoedelijk vóór de spellinghervorming van 1947.

De handel in oud-papier was indertijd een belangrijke bron van inkomsten voor de armere bevolkingslagen en voor caritatieve instellingen. De betrokkenheid van de "Algemeene Ventersbond" suggereert een poging om deze vaak informele sector te organiseren en te reguleren via de "Ventverordening". De namen Presser, Van Praag en Cohen zijn veelvoorkomende Joodse achternamen in Amsterdam; het is mogelijk dat dit document afkomstig is uit de archieven van een Joodse sociale of ondernemersorganisatie (zoals de Joodse Raad tijdens de bezetting, of een vooroorlogse vereniging), aangezien Jacques Presser een bekend historicus en schrijver was die over deze periode rapporteerde. De referentie naar "Maatschappelijken Steun" benadrukt dat deze handel nauw verweven was met armoedebestrijding en sociale zorg.

Samenvatting

Dit document is een verslag van een discussie over de regulering van de oud-papierhandel. Er tekenen zich drie standpunten af:

  1. De Voorzitter: Pleit voor een formele, bureaucratische aanpak. Hij wil dat het rapport van Presser (inclusief alle onderliggende persoonsgegevens) naar het Gemeentebestuur gaat. Hij is van mening dat B&W eerst door officiële instanties overtuigd moeten worden van de noodzaak (misstanden) voordat er beleid wordt gewijzigd.
  2. De heer Presser: Heeft een rapport opgesteld over de handel, maar geeft aan dat zijn data niet op individueel niveau ("hoofdelyk") zijn verzameld. Hij verwijst naar de politie voor specifieke lijsten van opkopers.
  3. De heer Seegers: Stelt een pragmatischere, snellere route voor. Hij wil direct de "Ventverordening" (de lokale wetgeving voor straathandel) aanpassen op basis van een nota van Van Praag en Cohen. De individuele toetsing (via Politie en Maatschappelijk Steun) zou dan pas moeten plaatsvinden bij de concrete vergunningsaanvraag.

De kern van het conflict is de volgorde van handelen: eerst bewijs van misstanden via officiële rapporten (Voorzitter), of direct de regels aanpassen en daarna per geval toetsen (Seegers).

Historische Context

Hoewel een exacte datum ontbreekt, wijst het taalgebruik (zoals de spelling den, altyd, persoonlyke) en de context op de periode rond het midden van de 20e eeuw in Nederland, vermoedelijk vóór de spellinghervorming van 1947.

De handel in oud-papier was indertijd een belangrijke bron van inkomsten voor de armere bevolkingslagen en voor caritatieve instellingen. De betrokkenheid van de "Algemeene Ventersbond" suggereert een poging om deze vaak informele sector te organiseren en te reguleren via de "Ventverordening". De namen Presser, Van Praag en Cohen zijn veelvoorkomende Joodse achternamen in Amsterdam; het is mogelijk dat dit document afkomstig is uit de archieven van een Joodse sociale of ondernemersorganisatie (zoals de Joodse Raad tijdens de bezetting, of een vooroorlogse vereniging), aangezien Jacques Presser een bekend historicus en schrijver was die over deze periode rapporteerde. De referentie naar "Maatschappelijken Steun" benadrukt dat deze handel nauw verweven was met armoedebestrijding en sociale zorg.

Kooplieden in dit dossier 100

Andries Agsteribbe Waterlooplein linnen
A. Agsteribbe Waterlooplein lingerie
A. Agsteribbe-Bilder-beek Waterlooplein lappen
A.J.G. Bakker Waterlooplein id.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen.
A. Berclouw Uilenburg huish. artikelen.
A. Berclouw Waterlooplein huish. artikelen
A.Berelouw Waterlooplein huish.artikelen
A. Besselon Waterlooplein lederwaren
A. Beuclon Waterlooplein lederwaren
Aaron Blaaser Uilenburg geliquideerd
A. Blanes Waterlooplein kousen en sokken
A. Blans Waterlooplein kousen en sokken
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
A. Boeken Uilenburg groente en fruit
Abraham Canes Waterlooplein kousen en sokken
A. Copenhagen Waterlooplein textiel
A. Cosman Waterlooplein kousen en sokken
A. David Waterlooplein manufacturen
A. David Waterlooplein manufacturen
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
Abraham de Vries Waterlooplein textiel
A. de Vries Waterlooplein textiel
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Dotsch Waterlooplein visch
A. Drubber Waterlooplein kousen en sokken
A. Drukker Waterlooplein kousen en sokken
Alle 100 kooplieden →