Getypt verslag (mogelijk notulen van een gemeenteraadsvergadering of commissieverhaal).
Origineel
Getypt verslag (mogelijk notulen van een gemeenteraadsvergadering of commissieverhaal). -9-
practisch op straat zyn handel gedreven en daarom zou spreker de formeele bezwaren niet te zwaar willen laten gelden.
De Voorzitter stelt vast:
1e. Belinfante is niet in het bezit van een ventvergunning.
2e. Hy is niet in het bezit van een standplaatsvergunning.
3e. Hy heeft een precario-vergunning, die hy echter probeert uit te breiden, zoodat het op een standplaatsvergunning gaat lyken.
4e. De Politie voelt niets voor deze byzondere vergunning, omdat adressant niet een gewone standplaats zal innemen, doch een uitstalling met min of meer permanent karakter.
De heer Neeter is van meening, dat Burgemeester en Wethouders den adressant de vergunning niet moeten weigeren; hy zou hierdoor zeer veel schade ondervinden.
De heeren Seegers, Van 't Hek en Presser zyn tegen het verleenen van een standplaatsvergunning. Ook
de heer Gaaikema is ertegen, echter uitsluitend op grond van het feit, dat de vergunning niet het karakter van een standplaatsvergunning heeft; omtrent de plaats en eventueele andere bezwaren kan spreker thans zyn standpunt niet kenbaar maken.
De Voorzitter stelt vervolgens het tweede gedeelte van den brief van den heer Wethouder voor de Levensmiddelen d.d. 17 December 1937 inzake de zoogenaamde vischbakkers aan de orde.
De heer Seegers acht het om hygiënische redenen onjuist, dat vergunningen worden gegeven om op den openbaren weg te bakken. Er zyn reeds vele winkels, waar visch gebakken wordt; wanneer standplaatsen op den openbaren weg zullen worden verleend, is de kans groot, dat er weer tal van concurrentiebezwaren zullen loskomen. Wanneer dezen vyf menschen een standplaatsvergunning wordt gegeven, zullen vele anderen ook een dergelyke standplaats verzoeken.
De Voorzitter wyst erop, dat het hier slechts om vyf menschen gaat; de Gemeente heeft tegenover deze menschen wel eenige moreele verplichting. Het is wel zeker, dat er niet op groote Dit document verslaat een discussie over markt- en straathandelvergunningen. Het valt uiteen in twee hoofddelen:
- De zaak Belinfante: Er wordt gediscussieerd over een specifieke handelaar, Belinfante, die geen vent- of standplaatsvergunning heeft, maar wel een precario-vergunning (recht om de openbare grond te gebruiken). De voorzitter merkt op dat Belinfante deze tracht uit te breiden naar een permanente uitstalling, waar de politie tegen is. De meningen onder de commissieleden zijn verdeeld: de heer Neeter vreest financiële schade voor de betrokkene, terwijl anderen (o.a. Seegers, Presser) tegen principiële of juridische bezwaren aanlopen.
- De visbakkers: Vervolgens komt een algemener beleidspunt aan de orde betreffende vijf "vischbakkers". De heer Seegers uit felle kritiek op basis van hygiëne en oneerlijke concurrentie ten opzichte van gevestigde winkeliers. De voorzitter verdedigt het standpunt van de gemeente door te wijzen op een "moreele verplichting" jegens deze specifieke groep van vijf personen. Het document dateert van kort na december 1937 en weerspiegelt de ambtelijke en politieke dynamiek in een Nederlandse gemeente (gezien de namen en de context zeer waarschijnlijk Amsterdam) tijdens de crisisjaren. In deze periode was de regulering van de straathandel een heet hangijzer. De overheid probeerde de wildgroei aan straatverkopers, die vaak uit bittere noodzaak handelden, in te dammen om gevestigde winkeliers te beschermen en de openbare orde en hygiëne te handhaven.
Namen als Belinfante en Presser duiden op een context waarin de Joodse gemeenschap sterk vertegenwoordigd was in de handel. De spanning tussen "morele verplichting" (sociale zorg) en de letter van de wet (vergunningenstelsel) is typerend voor de gemeentepolitiek van die tijd. De vermelding van de Wethouder voor de Levensmiddelen onderstreept het belang dat de gemeente hechtte aan de controle op de voedselvoorziening en volksgezondheid op straat. Neeter (De heer) Seegers (De heer) Seegers uit (De heer) Politie