Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeenteraad of commissie).
Origineel
Getypt verslag van een vergadering (waarschijnlijk gemeenteraad of commissie). -8-
nimmer in den straathandel werkzaam geweest; om deze redenen is spreker tegen het verleenen van een standplaatsvergunning.
De heer Neeter wyst erop, dat Belinfante sedert jaren op het onderhavige terrein handel dryft; spreker acht het onjuist, dat de man slachtoffer zou worden, omdat het terrein toevallig van de Nederlandsche Spoorwegen is.
De heer Gaaikema zegt, dat Belinfante ongeveer twee jaren op de onderhavige plaats een winkeltje dryft; daarvoor was er een ander, waarvan Belinfante de vergunning heeft overgenomen. De Politie heeft zich meermalen verzet tegen uitbreiding van de precario-vergunning, omdat zy anders het karakter van een standplaats zou krygen. Bovendien heeft de Politie met Belinfante nog andere moeilykheden gehad in verband met overtreding van de bepalingen betreffende den verkoop op Zondag. Het feit, dat adressant geen ventvergunning heeft, levert in principe voor de Politie geen bezwaar op, om hem voor een standplaatsvergunning in aanmerking te doen komen. Spreker is echter van meening, dat de door Belinfante verlangde standplaats geheel afwykend zal zyn van het karakter van een standplaatsvergunning. Adressant beoogt een uitstalling met een permanent karakter, terwyl de standplaatsen steeds mobiel moeten blyven. Het is spreker bekend, dat de Nederlandsche Spoorwegen slechts willen verhuren, indien het Gemeentebestuur geen bezwaren tegen het verleenen van een vergunning heeft. Het is voorts zeker, dat op het onderhavige terrein der Spoorwegen geen vergunning zal worden verleend voor een winkeltje; onder andere omdat de Gemeente daarvoor geen bouwvergunning zal geven.
De heer Seegers stelt vast, dat Belinfante niet als standplaatshouder kan worden beschouwd; de man was winkelier. De man zal waarschynlyk op 1 Januari 1940 toch van deze plaats moeten verdwynen en de kans is groot, dat hy dan een ventvergunning zal vragen, wanneer hem thans een standplaatsvergunning zal worden verleend. Er zyn vele formeele bezwaren tegen het verleenen van een standplaatsvergunning en daarom is spreker ertegen. Ook
de heer Neeter erkent deze formeele bezwaren; Belinfante heeft echter * Juridische kwestie: De kern van het geschil is het onderscheid tussen een 'standplaats' (die mobiel moet zijn) en een 'winkel' (permanent karakter). Belinfante exploiteert een winkeltje op NS-terrein, maar de gemeente weigert hiervoor een bouwvergunning of een permanente standplaatsvergunning te verlenen om precedentwerking te voorkomen.
* Handhaving: Er wordt melding gemaakt van eerdere conflicten met de politie, specifiek over de zondagswetgeving (verkoop op zondag), wat meeweegt in de beoordeling van zijn betrouwbaarheid als vergunninghouder.
* Bestuurlijke verhoudingen: Het document illustreert de interactie tussen de Nederlandse Spoorwegen (als grondeigenaar) en de Gemeente (als vergunningverlener). De NS stelt zich afhankelijk op van het oordeel van de gemeente. Dit document stamt uit de periode vlak voor de Duitse inval in Nederland (gezien de datum 1 januari 1940 die als toekomstig wordt besproken). In deze tijd was er een strikte regulering van de straathandel om de gevestigde winkeliers te beschermen. De naam 'Belinfante' is een bekende Sefardisch-Joodse naam in Nederland; in de context van 1939/1940 kan dit relevant zijn gezien de toenemende restricties en maatschappelijke spanningen, hoewel de discussie in dit document puur bestuursrechtelijk van aard lijkt over het karakter van de handel (vast vs. mobiel).