Getypte ambtelijke notitie of concept-verordening betreffende de Ventverordening.
Origineel
Getypte ambtelijke notitie of concept-verordening betreffende de Ventverordening. (artikel 6 der Ventverordening) uiteraard niet kan worden belet. Het laatstgenoemde artikel spreekt namelijk van "de in artikel 437 Wetboek van Strafrecht genoemde personen", dat wil zeggen, niet alleen van degenen, die venten of opkoopen in den zin der Ventverordening; en alleen op deze laatsten is artikel 5 lid 2 dier Verordening, krachtens hetwelk een afsluiting van het venters-(en opkoopers-)beroep mogelijk is, van toepassing.
- Krachtens artikel 1 lid 2 der Ventverordening wordt met het in het eerste lid van dat artikel bedoelde venten gelijk gesteld: het opkoopen van voorwerpen of stoffen van welken aard ook in de in het artikel genoemde gevallen. Ingevolge deze bepaling wordt dus ook het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken gelijk gesteld met het venten met die stukken. Doch dit laatste is, krachtens het eerste lid van artikel 1 niet verboden. Met andere woorden: ook het opkoopen van gedrukte of geschreven stukken is, op grond van de huidige Ventverordening niet verboden. Trouwens onder dit "opkoopen" wordt niet begrepen: het ten geschenke aannemen, zooals de kranten-ophalers plegen te doen, aangezien een bepaling, overeenstemmende met artikel 90 bis, tweede lid Wetboek van Strafrecht, in de Ventverordening ontbreekt.
Ook wanneer echter een dergelijke bepaling alsnog in de Ventverordening zou worden opgenomen, zou, op de hierboven uiteengezette gronden, zonder meer niet worden bereikt, dat het opkoopen of ophalen van gedrukte of geschreven stukken verboden is.
Indien men de Ventverordening derhalve aan de ten deze bestaande behoefte wil aanpassen, geven ondergeteekende in overweging om daarin, - naast toevoeging van een voorschrift, overeenstemmende met artikel 90 bis tweede lid Wetboek van Strafrecht, - de volgende wijzigingen aan te brengen:
Artikel 1 kome te luiden:
1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 3, 6, 7 en 8 dezer verordening, in de Winkelsluitingswet 1930, Staatsblad No. 460, in de Verordening op de Winkelsluiting, in de Algemeene Politie Verordening en in de Verordening op de heffing van markt-, standplaats en ventgelden, is het verboden:
A. op of aan den openbaren weg of aan of in de huizen met andere voorwerpen of stoffen dan gedrukte of geschreven stukken of afbeeldingen te venten;
B. voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen: De kern van dit document is een juridische haarkloverij over de definitie van 'venten' versus 'opkoopen' en 'ophalen'. De schrijver stelt vast dat de huidige Ventverordening een maas in de wet bevat: omdat het venten met drukwerk (kranten, boeken) niet verboden is, is het opkopen daarvan logischerwijs ook niet verboden onder de huidige definities.
Verder wordt opgemerkt dat het gratis ophalen van oude kranten (door "kranten-ophalers") juridisch gezien niet onder "opkoopen" valt. Om dit te reguleren, stelt de auteur voor om de verordening aan te scherpen met specifieke verwijzingen naar het Wetboek van Strafrecht en een herformulering van Artikel 1, waarbij een expliciet onderscheid wordt gemaakt tussen venten (met uitzondering van drukwerk) en het opkopen van goederen van welke aard dan ook. Dit document is illustratief voor de gemeentelijke drang naar regulering van de straathandel in de eerste helft van de 20e eeuw. In deze periode waren "lompen- en metalenopkopers" en krantenophalers een bekend verschijnsel in het straatbeeld. Gemeenten probeerden deze handel vaak aan banden te leggen, enerzijds om overlast te beperken en anderzijds om grip te krijgen op de afvalstroom en de belastingheffing (ventgelden). De referentie naar de "Winkelsluitingswet 1930" plaatst dit document in de context van de toenemende ordening van de economische ruimte in Nederland. Politie