Archiefdocument
Origineel
-7-
a. op of aan den openbaren weg of aan of in de huizen;
b. te water, aan boord van vaartuigen;
c. in slaapsteden, in logementen, of in het algemeen in
eenige inrichting, waar gelagen worden gezet, of in de
aanhoorigheden van dergelijke inrichtingen.
2. Onder opkoopen worden begrepen alle handelingen, hoe
ook genaamd, waarmede kenlijk hetzelfde wordt beoogd.
3. Het bepaalde in het eerste lid onder A en onder B onder
a en b is niet van toepassing op hem, die handelt met schriftelijke
vergunning van Burgemeester en Wethouders.
Het vierde lid blijft onveranderd.
Artikel 2 onder a tot en met e kome te luiden:
a. in de onmiddellijke nabijheid van tram- of bushalten mag niet worden
gevent of eenige handeling ter uitoefening van het opkoopersbedrijf
worden verricht;
b. met gebruikmaking van geraasmakende middelen of van eenig muziek-
instrument mag niet worden gevent of eenige handeling ter uitoefe-
ning van het opkoopersbedrijf worden verricht;
c. met luider stem mag niet worden gevent of eenige handeling ter
uitoefening van het opkoopersbedrijf worden verricht: op Zondag in
de nabijheid van kerken of voor godsdienstige bijeenkomsten bestemde
gebouwen;
d. met luider stem mag niet worden gevent of eenige handeling ter
uitoefening van het opkoopersbedrijf worden verricht in de nabijheid
van schoolgebouwen gedurende de uren, dat daarin onderwijs gegeven
wordt, of in de nabijheid van ziekenhuizen;
e. slechts in een bepaalde in de vergunning aangeduide wijk mag worden
gevent of eenige handeling ter uitoefening van het opkoopersbedrijf
worden verricht, met dien verstande, dat Burgemeester en Wethouders
bevoegd zijn, aan bepaalde groepen venters of opkoopers meer dan één
wijk als werkterrein aan te wijzen.
Artikel 3 lid 1 komen te luiden:
"Onverminderd het in artikel 2 onder e bepaalde is het
verboden voorwerpen of stoffen van welken aard ook op te koopen of met
andere voorwerpen of stoffen dan gedrukte of geschreven stukken of
afbeeldingen te venten op door Burgemeester en Wethouders, bij openbare
kennisgeving, aangewezen openbare wegen." De tekst beschrijft beperkende voorwaarden voor venters (straathandelaren) en opkopers. De belangrijkste punten zijn:
* Locatiebeperkingen: Verbod op handel nabij tram-/bushaltes, kerken (op zondag), scholen (tijdens lesuren) en ziekenhuizen.
* Geluidsbeperkingen: Verbod op het gebruik van lawaaiige middelen, muziekinstrumenten of luid roepen op specifieke plaatsen/tijden.
* Gebiedsbeperking: Handel is doorgaans beperkt tot één specifieke wijk zoals vermeld in de vergunning.
* Vergunningsplicht: Activiteiten zijn verboden zonder schriftelijke toestemming van Burgemeester en Wethouders (B&W).
* Definities: Het begrip 'opkopen' wordt ruim gedefinieerd om ontwijking van de regels te voorkomen.
* Uitzonderingen: Artikel 3 lid 1 suggereert dat de verkoop van drukwerk (kranten, boeken, afbeeldingen) minder streng gereguleerd is dan andere goederen. Dit document weerspiegelt de zorg van de overheid voor de openbare orde en het voorkomen van overlast in de stedelijke omgeving. Het reguleren van straathandel was essentieel om de doorgang bij haltes te waarborgen en de rust bij gevoelige instellingen zoals ziekenhuizen, kerken en scholen te bewaren. De nadruk op zondagsrust bij kerken illustreert de toenmalige maatschappelijke waarden. Het feit dat het opkopersbedrijf (vaak handel in oud ijzer en lompen) apart wordt genoemd, wijst op het belang (en de mogelijke overlast) van deze sector in die tijd.