Handgeschreven conceptbesluit of wijzigingsvoorstel voor een plaatselijke verordening (waarschijnlijk de Algemene Plaatselijke Verordening - APV).
Origineel
Handgeschreven conceptbesluit of wijzigingsvoorstel voor een plaatselijke verordening (waarschijnlijk de Algemene Plaatselijke Verordening - APV). Art. 2 onder a tot en met e komen
te luiden:
a. in de onmiddellijke nabijheid van
tram- of bushalten mag niet
worden gevent of eenige handeling ter
uitoefening van het ophoopersbedrijf worden
verricht;
b. met gebruikmaking van geraasmakende
middelen of van eenig muziekinstru-
ment mag niet worden gevent of
eenige handeling etc. (zie a)
c. met luider stem mag niet worden
gevent of eenige handeling etc. (zie a)
op Zondag in de nabijheid van
kerken of voor godsdienstige bijeen-
komsten bestemde gebouwen;
d. met luider stem mag niet worden
gevent of eenige handeling etc (zie a)
in de nabijheid van schoolgebouwen ge-
durende de uren, dat daarin onderwijs
gegeven wordt, of in de nabijheid
van ziekenhuizen;
e. slechts in een bepaalde in de vergunning
aangeduide wijk mag worden gevent
of eenige handeling ter uitoefening van
het ophoopersbedrijf worden verricht,
met dien verstande, dat B. en W.
bevoegd zijn, aan bepaalde groepen
venters of ophoopers meer dan één wijk
als werkterrein aan te wijzen; De tekst bevat een reeks voorschriften om overlast door straathandelaars ("venters") en verzamelaars van oude goederen ("ophoopers") te beperken. De focus ligt op drie aspecten:
1. Locatiebeperkingen: Verbod nabij haltes van het openbaar vervoer (veiligheid en doorstroming) en nabij "gevoelige" gebouwen zoals scholen en ziekenhuizen.
2. Geluidsbeperkingen: Verbod op het gebruik van instrumenten, lawaaiige hulpmiddelen (zoals bellen of ratels) en schreeuwen ("met luider stem"), met name nabij kerken op zondag of scholen tijdens lesuren.
3. Zonering: Handelaars mogen enkel in hun toegewezen wijk werken, tenzij het College van Burgemeester en Wethouders (B. en W.) anders beslist. Dit document is een typisch voorbeeld van de wijze waarop gemeentebesturen in de 20e eeuw trachtten de openbare orde te handhaven en geluidsoverlast te beperken. Het "ophoopersbedrijf" (het ophalen van lompen, metalen en andere herbruikbare zaken) was indertijd een veelvoorkomend beroep in het straatbeeld, vaak gepaard gaand met luid geroep om de aandacht van bewoners te trekken. De verwijzing naar "tram- of bushalten" en de spelling (bijv. "eenige", "ophoopers") duidt op een periode waarin het openbaar vervoer reeds goed was ontwikkeld, maar de spelling nog niet volledig was gemoderniseerd (waarschijnlijk jaren '30 tot '50).