Handgeschreven verzoekschrift / brief.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief. 12 september 1942. M.G. Lüschen (waarschijnlijk), wonende aan de Prinsengracht 646 II, Amsterdam. Amsterdam 12 Sept’42
Geachte Heer.
Aangezien ik ook vroeger met
handelswaar op de markt heb
gestaan, hetgeen controleerbaar
is bij M.S. waarvan ik handels-
geld heb betrokken, verzoek ik
u beleefd, een vergunning te
mogen ontvangen, voor het
venten met brandhout.
Voor Duitschland ben ik afgekeurd.
Hoogachtend
Prinsengracht 646 II
Amsterdam.
[Signatuur: M.G. Lüschen]
[Stempel/Administratieve aantekening:]
No 18/35/1 M. 1242 9/9 * Inhoud: De briefschrijver verzoekt de instanties om een ventvergunning voor brandhout. Hij voert als bewijs van zijn betrouwbaarheid en ervaring aan dat hij eerder als marktkopman heeft gewerkt, wat geverifieerd kan worden bij de "M.S." (vermoedelijk de Dienst van het Marktwezen).
* Cruciale passage: De zin "Voor Duitschland ben ik afgekeurd" is zeer tekenend voor de tijd van schrijven. Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in nazi-Duitsland). Omdat de schrijver medisch of fysiek ongeschikt is bevonden om in Duitsland te werken, bevindt hij zich in Nederland zonder inkomsten en probeert hij via legale weg (een vergunning) in zijn levensonderhoud te voorzien.
* Schrifttype: Een vlot, enigszins formeel cursief handschrift, typisch voor het midden van de 20e eeuw.
* Administratieve sporen: De paarse stempel en handgeschreven nummers onderaan wijzen op de verwerking door een gemeentelijke of politionele instantie. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog (september 1942). Tijdens de bezetting was de distributie van goederen, waaronder brandstof, streng gereguleerd. Brandhout werd naarmate de oorlog vorderde steeds schaarser en kostbaarder. Voor veel Amsterdammers die niet naar Duitsland werden gestuurd om te werken, was kleinschalige handel of "venten" een van de weinige manieren om te overleven. Het feit dat de schrijver expliciet meldt dat hij is afgekeurd voor uitzending naar Duitsland, diende waarschijnlijk om aan te tonen dat hij 'beschikbaar' was voor werk in eigen stad en niet probeerde onder te duiken voor de arbeidsinzet.
Samenvatting
- Inhoud: De briefschrijver verzoekt de instanties om een ventvergunning voor brandhout. Hij voert als bewijs van zijn betrouwbaarheid en ervaring aan dat hij eerder als marktkopman heeft gewerkt, wat geverifieerd kan worden bij de "M.S." (vermoedelijk de Dienst van het Marktwezen).
- Cruciale passage: De zin "Voor Duitschland ben ik afgekeurd" is zeer tekenend voor de tijd van schrijven. Dit verwijst naar de Arbeitseinsatz (dwangarbeid in nazi-Duitsland). Omdat de schrijver medisch of fysiek ongeschikt is bevonden om in Duitsland te werken, bevindt hij zich in Nederland zonder inkomsten en probeert hij via legale weg (een vergunning) in zijn levensonderhoud te voorzien.
- Schrifttype: Een vlot, enigszins formeel cursief handschrift, typisch voor het midden van de 20e eeuw.
- Administratieve sporen: De paarse stempel en handgeschreven nummers onderaan wijzen op de verwerking door een gemeentelijke of politionele instantie.
Historische Context
Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog (september 1942). Tijdens de bezetting was de distributie van goederen, waaronder brandstof, streng gereguleerd. Brandhout werd naarmate de oorlog vorderde steeds schaarser en kostbaarder. Voor veel Amsterdammers die niet naar Duitsland werden gestuurd om te werken, was kleinschalige handel of "venten" een van de weinige manieren om te overleven. Het feit dat de schrijver expliciet meldt dat hij is afgekeurd voor uitzending naar Duitsland, diende waarschijnlijk om aan te tonen dat hij 'beschikbaar' was voor werk in eigen stad en niet probeerde onder te duiken voor de arbeidsinzet.