Handgeschreven brief/notitie op een kaart.
Origineel
Handgeschreven brief/notitie op een kaart. 28 en 29 oktober 1942. Mej. (vermoedelijk Mevr.) Betty Helsloot. Een onbekende ambtenaar ("WelEd. Heer"), vermoedelijk van de afdeling Marktwezen. 29-10-42
WelEd. Heer. Daar ik een kaartje
van U ontving. dat mijn man
op het markt wezen moest komen
met zijn ventvergunning. zoo
deel ik U mede. dat mijn man
in Duitsland werkt. en hij met
December in Holland komt
dan komt hij persoonlijk naar het
marktwesen. Ik weet van geen
ventvergunning af. het kaartje
is ontvange
28-10-42 Mej. Betty Helsloot In deze korte brief reageert Betty Helsloot op een officiële oproep aan haar echtgenoot. De instantie 'Marktwezen' heeft hem verzocht zijn ventvergunning te komen tonen. De schrijfster legt uit dat haar man hiertoe op dit moment niet in staat is, aangezien hij in Duitsland werkzaam is. Zij geeft aan dat hij in december in Nederland zal zijn en dan persoonlijk de zaken zal afhandelen. Opvallend is haar opmerking dat zij zelf niets van een ventvergunning afweet, wat kan duiden op een gebrek aan inzicht in de zakelijke administratie van haar man, of verbazing over de oproep zelf. De brief is gedateerd in oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De melding dat haar man "in Duitsland werkt" is een directe verwijzing naar de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling). Vanaf 1942 werden tienduizenden Nederlandse mannen gedwongen om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken.
De bureaucratische processen in Nederland, zoals de controle op vergunningen voor marktkooplieden en straatventers door het 'Marktwezen', liepen tijdens de bezetting gewoon door. Dit document illustreert de dagelijkse frictie tussen de voortdurende Nederlandse administratie en de ontwrichtende effecten van de bezettingsmaatregelen op gezinnen. Het feit dat de schrijfster ondertekent met "Mej." (Mejuffrouw) terwijl ze over haar "man" spreekt, kan een verschrijving zijn of een gebruik van haar eigen naam met een verkeerde aanhef. Marktwezen
Samenvatting
In deze korte brief reageert Betty Helsloot op een officiële oproep aan haar echtgenoot. De instantie 'Marktwezen' heeft hem verzocht zijn ventvergunning te komen tonen. De schrijfster legt uit dat haar man hiertoe op dit moment niet in staat is, aangezien hij in Duitsland werkzaam is. Zij geeft aan dat hij in december in Nederland zal zijn en dan persoonlijk de zaken zal afhandelen. Opvallend is haar opmerking dat zij zelf niets van een ventvergunning afweet, wat kan duiden op een gebrek aan inzicht in de zakelijke administratie van haar man, of verbazing over de oproep zelf.
Historische Context
De brief is gedateerd in oktober 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De melding dat haar man "in Duitsland werkt" is een directe verwijzing naar de Arbeitseinsatz (verplichte tewerkstelling). Vanaf 1942 werden tienduizenden Nederlandse mannen gedwongen om in de Duitse oorlogsindustrie te gaan werken.
De bureaucratische processen in Nederland, zoals de controle op vergunningen voor marktkooplieden en straatventers door het 'Marktwezen', liepen tijdens de bezetting gewoon door. Dit document illustreert de dagelijkse frictie tussen de voortdurende Nederlandse administratie en de ontwrichtende effecten van de bezettingsmaatregelen op gezinnen. Het feit dat de schrijfster ondertekent met "Mej." (Mejuffrouw) terwijl ze over haar "man" spreekt, kan een verschrijving zijn of een gebruik van haar eigen naam met een verkeerde aanhef.