Handgeschreven brief (doorslag of concept, getuige de grote 'X' door de tekst).
Origineel
Handgeschreven brief (doorslag of concept, getuige de grote 'X' door de tekst). (2.
Ik heb thans bepaald, dat de vaste
plaatsen op Joodsche markten, die
niet regelmatig door de plaatshouders
worden bezet, moeten worden ingetrokken.
Deze plaatsen kunnen dan aan de losse
kooplieden, die de betr. markten wel
regelmatig bezoeken en die dus voor de
voorziening van de Joodsche bevolking be-
langrijker zijn, dan de vaste plaats-
houders, die i.v.m. weinig handel
niet steeds hun plaatsen innemen,
worden uitgegeven.
Indien U zich hiermede kunt ver-
eenigen, zal in deze richting met spoed
worden gewerkt.
Voor de goede orde bericht ik U ten
slotte, dat ik spoedshalve dezen brief in
het Hollandsch heb doen stellen.
v.D. * Inhoud: De tekst betreft een administratieve beslissing over de organisatie van "Joodsche markten". De schrijver stelt voor om vaste marktplaatsen die niet consistent worden gebruikt, in te trekken. Deze plaatsen moeten worden toegewezen aan 'losse kooplieden' die wel regelmatig aanwezig zijn. De reden die hiervoor wordt opgegeven is het waarborgen van de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking.
* Stijl en handschrift: Het handschrift is een duidelijk, geoefend zakelijk cursief. Er zijn weinig correcties in de tekst zelf, wat wijst op een goed geformuleerd concept of een kopie. De grote 'X' over de gehele tekst suggereert dat deze pagina is vervangen, geannuleerd of reeds verwerkt in een officieel besluit.
* Taalgebruik: Het gebruik van "betr." (betreffende) en "i.v.m." (in verband met) duidt op een ambtelijke context. De spelling is de toen geldende spelling (bijv. "Joodsche", "dezen"). Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters in Nederland segregerende maatregelen in tegen de Joodse bevolking. Een daarvan was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan of daar te kopen. Als gevolg daarvan werden er specifieke "Joodsche markten" ingesteld (bijvoorbeeld in Amsterdam op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).
De opmerking in de laatste alinea ("dat ik spoedshalve dezen brief in het Hollandsch heb doen stellen") is cruciaal. Het suggereert dat de afzender normaliter in het Duits correspondeert (mogelijk een medewerker van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft of een andere bezettingsinstantie), maar dat er voor de snelheid is gekozen voor de Nederlandse taal om direct te communiceren met Nederlandse marktmeesters of ambtenaren. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking organiseerde.
Samenvatting
- Inhoud: De tekst betreft een administratieve beslissing over de organisatie van "Joodsche markten". De schrijver stelt voor om vaste marktplaatsen die niet consistent worden gebruikt, in te trekken. Deze plaatsen moeten worden toegewezen aan 'losse kooplieden' die wel regelmatig aanwezig zijn. De reden die hiervoor wordt opgegeven is het waarborgen van de voedselvoorziening voor de Joodse bevolking.
- Stijl en handschrift: Het handschrift is een duidelijk, geoefend zakelijk cursief. Er zijn weinig correcties in de tekst zelf, wat wijst op een goed geformuleerd concept of een kopie. De grote 'X' over de gehele tekst suggereert dat deze pagina is vervangen, geannuleerd of reeds verwerkt in een officieel besluit.
- Taalgebruik: Het gebruik van "betr." (betreffende) en "i.v.m." (in verband met) duidt op een ambtelijke context. De spelling is de toen geldende spelling (bijv. "Joodsche", "dezen").
Historische Context
Dit document stamt uit de Tweede Wereldoorlog. In 1941 voerden de Duitse bezetters in Nederland segregerende maatregelen in tegen de Joodse bevolking. Een daarvan was het verbod voor Joden om op reguliere markten te staan of daar te kopen. Als gevolg daarvan werden er specifieke "Joodsche markten" ingesteld (bijvoorbeeld in Amsterdam op het Waterlooplein en de Gaaspstraat).
De opmerking in de laatste alinea ("dat ik spoedshalve dezen brief in het Hollandsch heb doen stellen") is cruciaal. Het suggereert dat de afzender normaliter in het Duits correspondeert (mogelijk een medewerker van het Generalkommissariat für Finanz und Wirtschaft of een andere bezettingsinstantie), maar dat er voor de snelheid is gekozen voor de Nederlandse taal om direct te communiceren met Nederlandse marktmeesters of ambtenaren. Het document illustreert de bureaucratische precisie waarmee de bezetter de uitsluiting en isolatie van de Joodse bevolking organiseerde.