Archiefdocument
Origineel
15 juli 1942. De waarnemend Directeur (waarschijnlijk van de Dienst voor het Marktwezen, Amsterdam). Den Heer A. Gombault, Wirtschaftsreferent bij het Bureau van de Beauftragte voor de Stad Amsterdam. [Handgeschreven linksboven:]
20/21917.
[onleesbare doorgehaalde tekst]
[Handgeschreven middenboven:]
verzonden 15/7
[Handgeschreven rechtsboven:]
Haperkens 15/7
(van Nelcken)
[Getypt:]
VD/HP.
den Heer A.Gombault,
Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte
voor de Stad Amsterdam,
Museumplein 19,
Amsterdam-Zuid.
15 Juli 1942.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 dezer Akt.Wi.: Ref.
G/L., heb ik de eer U te berichten, dat de vaste plaatsen van joodsche
kooplieden, die in de laatste weken hun plaatsen niet hebben bezet, met
ingang van Maandag 13 dezer worden ingetrokken.
Deze vaste plaatsen zullen (overeenkomstig hetgeen aan het
slot van mijn brief van 30 Juni j.l. is vermeld), met ingang van dezen
datum worden uitgegeven aan die joodsche kooplieden, die den laatsten
tijd regelmatig losse plaatsen op de betrokken markten hebben ingenomen.
Er zullen dus uitsluitend vaste plaatsen op de Jodenmarkt-
en zijn, terwijl vanaf heden geen nieuwe vaste plaatsen en voorkeurs-
kaarten zullen worden uitgereikt.
De Directeur,
wnd.
--- Deze brief is een formeel antwoord van de Amsterdamse marktautoriteiten aan de Duitse toezichthouder (Wirtschaftsreferent). De tekst beschrijft een bureaucratische herschikking van Joodse marktplaatsen.
De kern van de maatregel is tweeledig:
1. Intrekking: Kooplieden die hun vaste plek enkele weken niet hebben gebruikt, raken deze definitief kwijt. Gezien de datum (juli 1942) is de reden voor hun afwezigheid waarschijnlijk onderduik, arrestatie of de onmogelijkheid om zich veilig over straat te begeven.
2. Bevriezing: Hoewel plaatsen worden herverdeeld onder huidige "losse" verkopers, wordt expliciet vermeld dat er geen nieuwe vaste plaatsen of voorkeurskaarten meer worden uitgegeven. Dit wijst op een beleid van uitsterving: de Joodse aanwezigheid op de markten mag niet meer groeien en zal alleen maar afnemen.
De toon is zakelijk en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten"), wat de kille efficiëntie van de uitsluiting van Joden uit het economische leven illustreert.
--- Juli 1942 markeert een gitzwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis: dit was de maand waarin de grootschalige deportaties van Joden vanuit Nederland naar de vernietigingskampen in Polen begonnen. De eerste trein uit kamp Westerbork vertrok op 15 juli 1942, exact de datum van deze brief.
Sinds eind 1941 waren Joden in Amsterdam gedwongen om op speciaal aangewezen "Jodenmarkten" te staan (zoals op het Waterlooplein en de Gaaspstraat), gescheiden van de rest van de bevolking. Dit document toont hoe de Amsterdamse bureaucratie de Joodse kooplieden nauwgezet administreerde en uitsloot.
De geadresseerde, A. Gombault, werkte voor Hans Böhmcker, de Duitse Beauftragte (gevolmachtigde) die toezicht hield op de stad Amsterdam en direct betrokken was bij de uitvoering van anti-Joodse maatregelen. Het adres Museumplein 19 was het zenuwcentrum van dit Duitse toezichtsapparaat in de stad.