Archiefdocument
Origineel
20 februari 1941 (genoteerd als 20/2/41). 20/2/41
Naar aanleiding van Uw
brief dd. 13 dezer Abt. Wi: Ref. G/h
heb ik de eer U te berichten, dat
de (vaste) plaatsen van Joodsche kooplieden,
die de laatste weken hun plaatsen
niet hebben bezet, m.i.v.
Maandag 13 dezer worden ingetrokken.
Deze (vaste) plaatsen zullen m.i.v.
dezen datum worden uitgegeven
aan die Joodsche kooplieden, die
den laatsten tijd regelmatig losse
plaatsen op de betr. markten
hebben ingenomen. (Overeenkomstig
hetgeen aan het slot van mijn
brief van 30 Juni jl. is vermeld)
Er zullen dan dus uitsluitend
vaste plaatsen op de Joodenmarkten
zijn, terwijl geen nieuwe vaste
plaatsen en voorkeurskaarten
zullen worden uitgereikt.
AD Dit document is een ambtelijke mededeling over de regulering van marktplaatsen voor Joodse handelaren in februari 1941. De kernpunten zijn:
- Sancties op afwezigheid: Vaste marktplaatsen van Joodse kooplieden die onbezet zijn gebleven, worden met terugwerkende kracht (vanaf 13 februari) ingetrokken.
- Herverdeling binnen de groep: Deze vrijgekomen plaatsen worden toegewezen aan andere Joodse kooplieden die voorheen op 'losse' (dag)plaatsen stonden.
- Segregatie en inperking: Er wordt expliciet gesproken over "Joodenmarkten". Het beleid is erop gericht om alleen nog vaste plaatsen toe te staan en het systeem te bevriezen: er worden geen nieuwe vaste plaatsen of voorkeurskaarten meer verstrekt. Dit duidt op een proces van isolatie en de uiteindelijke uitfasering van Joodse economische activiteiten. De datum van dit document, 20 februari 1941, is zeer significant. Het bevindt zich in de week direct voorafgaand aan de Februaristaking (25-26 februari 1941), het eerste grootschalige openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa.
Sinds de inval van de Duitsers in mei 1940 werden er steeds meer anti-Joodse maatregelen getroffen. In Amsterdam (waar dit document vermoedelijk vandaat komt, gezien de instelling van specifieke Joodse markten zoals op het Waterlooplein) werd de bewegingsvrijheid van Joodse burgers steeds verder ingeperkt. Het instellen van aparte "Joodenmarkten" was een vorm van economische segregatie. Door geen nieuwe vergunningen meer uit te geven, zorgde de bezetter (vaak met medewerking van het Nederlandse ambtelijke apparaat) ervoor dat het aantal Joodse ondernemers alleen maar kon afnemen, wat een voorbode was van de totale uitsluiting en latere deportaties.
Samenvatting
Dit document is een ambtelijke mededeling over de regulering van marktplaatsen voor Joodse handelaren in februari 1941. De kernpunten zijn:
- Sancties op afwezigheid: Vaste marktplaatsen van Joodse kooplieden die onbezet zijn gebleven, worden met terugwerkende kracht (vanaf 13 februari) ingetrokken.
- Herverdeling binnen de groep: Deze vrijgekomen plaatsen worden toegewezen aan andere Joodse kooplieden die voorheen op 'losse' (dag)plaatsen stonden.
- Segregatie en inperking: Er wordt expliciet gesproken over "Joodenmarkten". Het beleid is erop gericht om alleen nog vaste plaatsen toe te staan en het systeem te bevriezen: er worden geen nieuwe vaste plaatsen of voorkeurskaarten meer verstrekt. Dit duidt op een proces van isolatie en de uiteindelijke uitfasering van Joodse economische activiteiten.
Historische Context
De datum van dit document, 20 februari 1941, is zeer significant. Het bevindt zich in de week direct voorafgaand aan de Februaristaking (25-26 februari 1941), het eerste grootschalige openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa.
Sinds de inval van de Duitsers in mei 1940 werden er steeds meer anti-Joodse maatregelen getroffen. In Amsterdam (waar dit document vermoedelijk vandaat komt, gezien de instelling van specifieke Joodse markten zoals op het Waterlooplein) werd de bewegingsvrijheid van Joodse burgers steeds verder ingeperkt. Het instellen van aparte "Joodenmarkten" was een vorm van economische segregatie. Door geen nieuwe vergunningen meer uit te geven, zorgde de bezetter (vaak met medewerking van het Nederlandse ambtelijke apparaat) ervoor dat het aantal Joodse ondernemers alleen maar kon afnemen, wat een voorbode was van de totale uitsluiting en latere deportaties.