Administratieve notitie / memo.
Origineel
Administratieve notitie / memo. 7 mei 1942. Waterlooplein
capaciteit 129
20 m 26
155
thans uitgegeven
157 plaatsen.
7/5 '42
overige markten accoord
H. van Duinhoven Het document is een korte, handgeschreven ambtelijke notitie over de marktopstelling op het Waterlooplein in Amsterdam. De schrijver voert een eenvoudige berekening uit: een basiscapaciteit van 129 plaatsen plus een toevoeging van 26 (mogelijk gerelateerd aan de "20 m", wat zou kunnen duiden op 20 strekkende meter extra ruimte), wat neerkomt op een totale capaciteit van 155 plaatsen.
Daaronder wordt opgemerkt dat er op dat moment ("thans") 157 plaatsen zijn uitgegeven, wat een lichte overbezetting van twee plaatsen suggereert ten opzichte van de berekende capaciteit. De notitie sluit af met de melding dat de situatie op de "overige markten" in orde is ("accoord"). De signatuur is van H. van Duinhoven. De datum van het document, 7 mei 1942, is historisch zeer saillant. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een belangrijke marktplaats voor de Joodse bevolking.
In 1941 hadden de bezetters verordeningen uitgevaardigd die de markt op het Waterlooplein bestempelden als een "Joodse markt", waar alleen Joden mochten handelen en kopen. Deze administratieve controle op het aantal "plaatsen" (marktvergunningen) vond plaats in een periode van toenemende isolatie en beperkingen voor de Joodse Amsterdammers, slechts twee maanden voordat de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in juli 1942 zouden beginnen. Documenten als deze tonen de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten en de collaborerende of meewerkende gemeentediensten het openbare leven en de economische activiteit in de stad bleven reguleren, zelfs terwijl de Joodse gemeenschap systematisch werd vernietigd.
Samenvatting
Het document is een korte, handgeschreven ambtelijke notitie over de marktopstelling op het Waterlooplein in Amsterdam. De schrijver voert een eenvoudige berekening uit: een basiscapaciteit van 129 plaatsen plus een toevoeging van 26 (mogelijk gerelateerd aan de "20 m", wat zou kunnen duiden op 20 strekkende meter extra ruimte), wat neerkomt op een totale capaciteit van 155 plaatsen.
Daaronder wordt opgemerkt dat er op dat moment ("thans") 157 plaatsen zijn uitgegeven, wat een lichte overbezetting van twee plaatsen suggereert ten opzichte van de berekende capaciteit. De notitie sluit af met de melding dat de situatie op de "overige markten" in orde is ("accoord"). De signatuur is van H. van Duinhoven.
Historische Context
De datum van het document, 7 mei 1942, is historisch zeer saillant. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het Waterlooplein was van oudsher het hart van de Joodse buurt in Amsterdam en een belangrijke marktplaats voor de Joodse bevolking.
In 1941 hadden de bezetters verordeningen uitgevaardigd die de markt op het Waterlooplein bestempelden als een "Joodse markt", waar alleen Joden mochten handelen en kopen. Deze administratieve controle op het aantal "plaatsen" (marktvergunningen) vond plaats in een periode van toenemende isolatie en beperkingen voor de Joodse Amsterdammers, slechts twee maanden voordat de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen in juli 1942 zouden beginnen. Documenten als deze tonen de bureaucratische precisie waarmee de bezettingsautoriteiten en de collaborerende of meewerkende gemeentediensten het openbare leven en de economische activiteit in de stad bleven reguleren, zelfs terwijl de Joodse gemeenschap systematisch werd vernietigd.