Administratieve notitie / Rapportage van het Marktwezen.
Origineel
Administratieve notitie / Rapportage van het Marktwezen. 29 april 1942 – 8 mei 1942. [Bovenaan, potlood:]
Hartog Gobits № 20/7/2 M. 1942 30/4
[Hoofdtekst, potlood:]
In verband met het verkoopen v. fruit tegen te hoogen prijs is door de Inspecteur Fischer de erkenningskaart voor de Ned. Gr. en fr. centrale benevens zijn Legitimatiekaart voor de Centr. Markt ingehouden.
De toegangskaart voor de Centr. Markt is volgens Gobits toegezonden aan hoofdkantoor Marktwezen.
G. verzoekt thans een plaats te mogen innemen op een der dagmarkten.
Erkenningskaart is naar Den Haag gezonden.
Retiefstraat 116 II
29-4-42
de Heer [onleesbaar]
[Aantekeningen in rode inkt:]
Alle bescheiden worden voor zover als W.L. door Duitsche instanties ingenomen.
heeft 17-1-42 Beauftragte naar den Haag gezonden?
Kunnen geen plaats verschaffen zolang v. Duitsche zijde geen beslissing in zaken deze. Zeer te betwijfelen of deze zal worden gegeven.
G. mondeling mededeelen.
[onleesbaar] d. 1 besproken 4-5-42
[Onderaan, blauw potlood:]
Dit Gobits telef. meegedeeld
opb. D 8/5 '42. Het document betreft de intrekking van de handelsvergunningen van Hartog Gobits, een Amsterdamse marktkoopman. De officiële reden voor de inname van zijn papieren (de erkenningskaart van de Nederlandse Groente- en Fruitcentrale en zijn legitimatiebewijs voor de Centrale Markt) is prijsopdrijving: het verkopen van fruit boven de vastgestelde prijzen.
Gobits verzoekt hierop om een standplaats op een van de dagmarkten om zijn nering voort te kunnen zetten. Uit de ambtelijke notities in rode inkt blijkt echter een grote mate van onwil of onmacht. Er wordt verwezen naar de rol van de Duitse instanties (mogelijk de Wirtschaftsprüfstelle of de Beauftragte). De ambtenaar merkt op dat er geen nieuwe plaats kan worden toegewezen zolang er geen besluit is vanuit "Duitsche zijde", en voegt daaraan toe dat het zeer de vraag is of die toestemming er ooit zal komen. Op 8 mei 1942 wordt de definitieve afwijzing telefonisch aan Gobits medegedeeld. Dit document moet worden gezien in de context van de economische uitsluiting van Joodse Amsterdammers tijdens de Duitse bezetting. Hoewel de aanleiding een economisch delict lijkt (prijsopdrijving), was de handhaving tegen Joodse handelaren disproportioneel streng. De Retiefstraat lag in de Transvaalbuurt, een wijk met een zeer grote Joodse populatie.
Uit historische bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Hartog Gobits en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd. Hartog Gobits werd in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document legt een moment vast in de bureaucratische strijd die Joodse burgers voerden om hun legale bron van inkomsten te behouden, vlak voordat de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam begonnen. De afkorting "W.L." in de rode tekst staat zeer waarschijnlijk voor Wirtschaftliche Leitung, de instantie die toezag op de 'arisering' en controle van het economisch leven. Fischer de (Inspecteur) Marktwezen