Ambtelijk concept/memo (handgeschreven).
Origineel
Ambtelijk concept/memo (handgeschreven). Amsterdam, 29 september 1942. Vischregeling:
Verkoop op Zondag
20/8/4
A’dam, 29/9 1942
W. P. M. [?]
T De Centrale
Hiermede hebben [geschrapt: wij de eer] [geschrapt: met ons meening, dat door] U voor de goede orde te laten weten:
Zooals U bekend is, is bij besluit van den B. m. [Burgemeester] dd. [niet ingevuld] i. v. m. den aalaanvoer gedurende de zomermaanden bepaald, dat de markten op dien dag zouden worden gehouden. Aangezien het aalseizoen thans zoogoed als geëindigd is, is door ons met de N.V.C. overleg gepleegd om den aanvoer op Zondag te staken, waardoor de Vischmarkt des Zondags gesloten kan blijven. Deze Centrale heeft zich met ons voorstel vereenigd en zal eventueel voor mededeeling van een en ander aan de inzenders-grossiers zorgdragen. Gedurende de wintermaanden kan de op Zaterdagmiddag en -avond aangevoerde zoetwatervisch zonder bezwaar tot de Maandagochtend verdeling worden bewaard.
Als gevolg van dezen maatregel vervalt het overwerk op Zondag.
[In de kantlijn:]
Indien U tot dezen maatregel kunt besluiten & wanneer de W. m. mag adviseeren, Dit handgeschreven concept betreft een wijziging in de visserijreglementering in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van het bericht is het beëindigen van de zondagsmarkt voor vis.
Tijdens de zomermaanden was het noodzakelijk om op zondag aanvoer en verkoop toe te staan vanwege de grote hoeveelheden aal (paling), die snel bederft bij warm weer. Nu het aalseizoen ten einde loopt en de temperaturen dalen (de wintermaanden), is het volgens de schrijver mogelijk om de vis die op zaterdag gevangen wordt, te bewaren tot maandagochtend. Dit heeft twee voordelen: de vismarkt kan op zondag dicht blijven en het personeel hoeft geen overwerk op zondag te verrichten. Er is reeds afstemming geweest met de N.V.C. (Nederlandsche Visch Centrale). Het document dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via 'Centrales' en rijksbureaus. De term "De Centrale" in het document verwijst naar de distributie- en controleorganen die door de bezetter en de Nederlandse overheid waren ingericht om de schaarste te beheren.
De "N.V.C." staat voor de Nederlandsche Visch Centrale, een orgaan dat in die tijd toezag op de handel en distributie van vis. De afkorting "B. m." verwijst naar de Burgemeester, en de kanttekening over de "W. m." betreft waarschijnlijk de Wethouder van Markten. Het document illustreert de pragmatische omgang met arbeidskrachten (vermijden van overwerk) en voedselconservering onder de beperkingen van de oorlogstijd.