Administratief bijblad/notitieformulier.
Origineel
Administratief bijblad/notitieformulier. [Gedrukt kader linksboven:]
B I J B L A D V A N :
M. No. 20/12/1 1942.
DOORGEZONDEN: 8/6
[Handgeschreven tekst, midden en rechtsboven:]
583
afwijzen. Zaak v. De Rood
is geliquideerd
12-6-42
[Paraaf, waarschijnlijk De Haas]
[Handgeschreven tekst, links:]
H. Groenewold
informeeren kaartenkantoor
k.m. of R. in het
bezit is van erkennings-
kaart & toegangs-
bewijs '41-'42 C.M.
v. 2/7 42
In het bezit van
een toegangskaart enz.
en van [doorgehaald: penning] N.G. To. 1
[Handgeschreven tekst, diagonaal in het midden:]
Spoed retour
aan th. de Haas
De Rood had toch
geen zaak? Was een
venter!
Hvd 16/6 42
[Handgeschreven tekst, rechtsmidden:]
oproepen
23-6-42
de Haas
p 26/6 '42
H. Groenewold br. vs. 27/6 [onleesbaar]
[Handgeschreven tekst onderaan:]
Aan Weth. kan m.i. worden bericht, dat ver-
zoek van S. de Rood als ongedaan kan worden
beschouwd, door de groente en aardappelen
voor de joodsche bevolking door de combinatie
v. kleinhandelaren wordt verzorgd. 26-6-42
de Haas
[Gedrukte voettekst linksonder:]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document is een intern administratief memo, vermoedelijk van een gemeentelijke afdeling Algemene Zaken in Nederland tijdens de Duitse bezetting. Het handelt over het verzoek van een zekere S. de Rood.
De kernpunten van de analyse zijn:
1. Status van de ondernemer: De aanvraag van De Rood wordt afgewezen omdat zijn zaak "geliquideerd" is. In de context van 1942 duidt dit vrijwel zeker op de gedwongen liquidatie van Joodse bedrijven door de bezetter (Arisering).
2. Sociale stratificatie: Een ambtenaar (met initialen Hvd) merkt op dat De Rood "geen zaak" had maar een "venter" (straatverkoper) was. Dit werd blijkbaar gebruikt als argument om zijn betrokkenheid bij de distributie te ontzeggen.
3. Segregatie in de voedselvoorziening: De laatste alinea is historisch zeer relevant. Het stelt dat de levering van groente en aardappelen voor de "joodsche bevolking" centraal geregeld wordt door een "combinatie van kleinhandelaren". Dit getuigt van de toenemende isolatie en aparte behandeling van Joodse burgers in de primaire levensbehoeften.
4. Bureaucratische controle: De notities over "erkenningskaarten", "toegangsbewijzen" en het "kaartenkantoor" tonen het fijnmazige systeem van vergunningen en controle aan waaraan burgers, en in het bijzonder Joodse burgers, onderworpen waren. Het document dateert van juni 1942. Dit is een kantelpunt in de geschiedenis van de Jodenvervolging in Nederland. In mei 1942 was de Jodenster ingevoerd en in juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.
De tekst illustreert de kille, ambtelijke manier waarop de uitsluiting van Joden uit het economische leven werd uitgevoerd. Terwijl de bureaucratie discussieert over of iemand een "venter" was of over de juiste "penning" beschikte, was de Joodse bevolking al volledig rechteloos gemaakt en afhankelijk van een door de bezetter gecontroleerd distributiesysteem. De genoemde "Weth." (Wethouder) en de structuur van het document wijzen op een gemeentelijke instelling die de bevelen van de bezetter uitvoerde. H. Groenewold M. No N.G. To S. de Rood