Ambtelijke brief/doorslag (doorslag van een uitgaand schrijven).
Origineel
Ambtelijke brief/doorslag (doorslag van een uitgaand schrijven). 13 juli 1942 (verzonden op 14 juli 1942). De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Marktwezen of Economische Zaken). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). [Handgeschreven linksboven]: Verzonden 14/7.
[Handgeschreven rechtsboven]: [Onleesbare paraaf/naam, mogelijk Hesperten]
VB/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
20/12/2 M. 1. 13 Juli 1942.
marktplaats S. de Rood.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 5 Juni
j.l. onder No. 26/7 L.M. 1942 om advies ontvangen stuk, heb ik de
eer U te berichten, dat aan het verzoek van adressant niet kan worden
voldaan, aangezien de zaak van adressant is geliquideerd. Zooals
U mij in Uw brief d.d. 28 Januari j.l. (No. 102 en 118 L.M. 1942)
berichtte, mogen in dergelijke gevallen geen vent-en standplaats-
vergunningen of marktplaatsen worden toegewezen.
De Directeur, In deze brief reageert een directeur (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen) op een adviesaanvraag van de wethouder voor Levensmiddelen betreffende een marktplaatsvergunning voor een zekere S. de Rood. Het verzoek wordt afgewezen op formele gronden: de onderneming van de aanvrager is "geliquideerd". De directeur verwijst hierbij naar een eerdere beleidslijn uit januari 1942, waarin staat dat in zulke gevallen geen nieuwe vergunningen voor ambulante handel (venten, standplaatsen of marktplaatsen) mogen worden verstrekt. Dit document stamt uit juli 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De term "geliquideerd" heeft in deze specifieke historische context en in combinatie met een Joodse achternaam als "De Rood" een beladen betekenis. Vanaf 1941 voerden de nazi's verordeningen in (zoals VO 189/1940 en latere uitbreidingen) die gericht waren op het verwijderen van Joden uit het economische leven. Joodse bedrijven werden onder dwang geliquideerd of onder beheer van een 'Verwalter' gesteld (geariuseerd).
De weigering van de marktplaatsvergunning is een direct gevolg van de anti-Joodse maatregelen. Het illustreert hoe het ambtelijk apparaat de uitsluiting van Joodse burgers uit de maatschappij en economie strikt uitvoerde. De genoemde datum van januari 1942 in de brief correspondeert met de periode waarin de economische verstikking van de Joodse bevolking bijna compleet was, vlak voordat de grootschalige deportaties naar de concentratie- en vernietigingskampen begonnen.