Ambtsbrief (afwijzing verzoek).
Origineel
Ambtsbrief (afwijzing verzoek). 23 juli 1942 (verzonden), 26 juli 1942 (stempel ontvangst/verwerking). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en schoonmaak-, bad- en zweminrichtingen van Amsterdam (Jan Laurens Staal). De heer S. de Rood, Valkenburgerstraat 184, Amsterdam. [Stempel linksboven:] Nº 20/12/3 M. 1942 [Handgeschreven:] 24/7
[Handschrift rechtsboven:] Marktw 8/9 [gevolgd door paraaf]
[Getypt:]
Aan den heer S.de Rood,
Valkenburgerstraat 184,
A_L_H_I_E_R(C).
[Stempel links midden:] L.M. 26/7 -1942-
[Handschrift midden boven:] [onleesbare aantekeningen, mogelijk initialen]
[Getypt:] 23 Juli 1942.
Naar aanleiding van Uw verzoek om op een der Joodsche markten
te mogen staan met aardappelen,groente en fruit, deel ik U mede,
dat, aangezien Uw zaak is geliquideerd, dat verzoek niet voor in-
williging vatbaar is.
vM [links van de ondertekening]
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch- en schoonmaak-, bad- en zwem-
inrichtingen,
[Handgeschreven:] (get.) J. L. Staal
[Handschrift rechtsonder:] 20 ? [onleesbaar] * Inhoud: De brief is een formele, bureaucratische afwijzing van een verzoek van de heer S. de Rood. Hij wilde een vergunning om aardappelen, groente en fruit te verkopen op de speciaal voor Joden aangewezen markten. De reden voor de afwijzing is dat zijn zaak reeds "geliquideerd" is.
* Toon: De toon is kortaf, zakelijk en gevoelloos. Het is een voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' in de bureaucratie: de vernietiging van iemands bestaan wordt afgedaan met een administratieve reden.
* Sleutelbegrippen:
* "Joodsche markten": Verwijst naar de segregatiepolitiek waarbij Joden vanaf 1941 alleen nog op aangewezen markten mochten kopen en verkopen.
* "Geliquideerd": Dit duidt op de gedwongen sluiting of overname van Joodse bedrijven onder toezicht van de bezetter (meestal via de Omnia-Treuhandgesellschaft). Omdat De Rood officieel geen bedrijf meer had, kon hij volgens de regels geen standplaats krijgen. Dit document illustreert de economische uitsluiting en verstikking van de Joodse bevolking in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De geadresseerde, Samuel de Rood (geboren 1891), woonde in de Valkenburgerstraat, het hart van de oude Joodse buurt. Hij was van beroep aardappel- en groentehandelaar.
In 1942 was de systematische beroving van Joden in volle gang. Terwijl de nazi's Joden dwongen zich te concentreren in bepaalde wijken en markten, maakten ze het hen tegelijkertijd onmogelijk om legaal de kost te verdienen door hun zaken te liquideren. De ondertekenaar, J.L. Staal, was een NSB-wethouder die door de bezetter was aangesteld.
Kort na deze brief, in de zomer en herfst van 1942, begonnen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam. Uit historische bronnen (zoals Joods Monument) blijkt dat Samuel de Rood, zijn vrouw en hun kinderen de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in Auschwitz vermoord. Dit document vormt een van de laatste papieren sporen van zijn vergeefse strijd om in zijn eigen onderhoud te blijven voorzien.