Handgeschreven verzoekschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift. 10 juni 1942. E. Baumstein, woonachtig aan de Rechtboomssloot 71 huis, Amsterdam. Het College van Burgemeester en Wethouders te Amsterdam. № 26/6 L.M. 1942 10/6
Amsterdam 10. juni 1942
Aan het Colege van
Burgemeester en Wethouders
te Amsterdam
Edelachtbare Heeren. [Paraaf in blauw potlood: JMb]
Op mijn verzoek op de openbare markt te
mogen staan als zijnde Hongaarsche staatsburger
ontving ik heden den 9-5-1942 onder afd. L.M. 26/6-1942
een afwijzende beslissing, met de opmerking
dat op de openbare markt brillen nit
behooren te worden verkocht.
Ik neem mijn de eer erbiedig mede
te deelen dat ik als Hongaar mijn mischin
niet goed kont verstaanbaar maken, ik
bedoelde nit (presis) met brillen willen staan,
mar dat ik 12 jaar met brillen stond, en nu
its anders probeeren wilde om mij twee kleine
kinderen en vrouw te kunnen onderhouden en nit,
van ondersteuning zal moeten leven.
Ik vrag het Edelachtbare Colege mijn
te veroorloven, op te openbare markt te mogen
staan met huishuis art. en galantrie waren.
Op Uw welwilende beslissing hoopend
teeken ik met eerbied
Hoogachtend
E. Baumstein
Rechtboomssloot 71 h. Amsterdam
[Stempel onderaan:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en
Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze
in handen van den Heer Directeur van het Markt-
wezen ~~om advies~~ ter verdere behan-
deling.
A'dam, 11 Juni 1942.
20
№ 20/14/1 M. 1942 13/6 * Inhoud: De heer E. Baumstein, een Hongaars staatsburger woonachtig in Amsterdam, dient een bezwaarschrift in tegen een eerdere afwijzing van zijn marktaanvraag. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat hij brillen wilde verkopen, wat blijkbaar niet was toegestaan. Baumstein verduidelijkt dat dit een misverstand was vanwege zijn gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal; hij verkocht voorheen wel brillen, maar wil nu overstappen op huishoudelijke artikelen en galanterieën.
* Taal en Stijl: De brief is geschreven in fonetisch en grammaticaal onjuist Nederlands ("Colege", "mischin", "huishuis art.", "welwilende"). De schrijver erkent dit zelf als oorzaak van de eerdere miscommunicatie. Desondanks is de toon uiterst beleefd en respectvol, passend bij de formele correspondentie met de overheid in die tijd.
* Motivatie: De persoonlijke nood is duidelijk voelbaar. Baumstein benadrukt dat hij zijn gezin (vrouw en twee jonge kinderen) moet onderhouden en alles wil doen om te voorkomen dat hij afhankelijk wordt van de sociale bijstand ("ondersteuning"). * Oorlogstijd: De brief dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende schaarste, strenge regulering van de handel en beginnende deportaties van de Joodse bevolking. Hoewel niet expliciet vermeld, was de Rechtboomssloot een straat in de Amsterdamse Jodenbuurt.
* Hongaarse Status: Baumstein benadrukt zijn Hongaarse nationaliteit. Hongarije was destijds een bondgenoot van Nazi-Duitsland. Voor buitenlandse burgers, zeker uit bevriende staten, golden soms tijdelijk andere regels of een zekere mate van (schijnbare) bescherming tegen de anti-Joodse maatregelen die voor Nederlandse Joden al in volle gang waren.
* Bureaucratie: Het document toont de ambtelijke molen in oorlogstijd. De brief wordt binnen één dag na dagtekening door de wethouder doorgeleid naar de Directeur van het Marktwezen, wat duidt op een strak gereguleerd systeem voor economische activiteit op straat. E. Baumstein Marktwezen