Administratief bijblad of dossierstuk met handgeschreven notities.
Origineel
Administratief bijblad of dossierstuk met handgeschreven notities. Juni 1942 (verschillende data tussen 13 en 27 juni). [Linksboven in voorgedrukt kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 20/14/1 194 2
DOORGEZONDEN: 13/6 - 42.
[Rechtsboven, handgeschreven in rood en zwart]
651
Mr. de Haan besp.
20/6 42 v.z. [?]
[doorgestreepte tekst in rood]
[Midden links, handgeschreven]
Geen band
veters enz.
[doorgestreepte zin]
Heeft geen ster.
mag op iedere markt
plaats innemen
26-6-42
deHaas
[Midden rechts, handgeschreven]
Baumstein
oproepen
24-6-42
deHaas.
p 20/6 '42
[Linksonder, handgeschreven]
Geïnformeerd bij
bev. reg. .. is Hongaar
27/6 '42
[Rechtsonder, handgeschreven in een ander handschrift, schuin]
Hr de Vries
Kan dat nu geborgen worden?
Staat niets op.
opbv [?]
[Helemaal linksonder, drukwerk]
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 * Onderwerp: Het document betreft een onderzoek naar een persoon genaamd Baumstein. Centraal staat de vraag of deze persoon de Jodenster (ingevoerd in mei 1942) moet dragen en welke beperkingen voor hem gelden.
* Conclusie van de ambtenaar: De ambtenaar (deHaas) noteert op 26 juni 1942: "Heeft geen ster" en concludeert dat hij "op iedere markt plaats [mag] innemen". Dit wijst erop dat Baumstein een marktkoopman was. De eerdere notitie over "band veters enz." verwijst waarschijnlijk naar de goederen waarin hij handelde.
* Nationaliteit als factor: De notitie van 27 juni 1942 vermeldt dat er navraag is gedaan bij het bevolkingsregister en dat Baumstein een Hongaar is. Hongarije was in 1942 een bondgenoot van nazi-Duitsland. In die fase van de bezetting genoten Joden met bepaalde buitenlandse nationaliteiten soms nog een (tijdelijke) uitzonderingspositie of was hun status onderwerp van administratieve twijfel.
* Administratieve afwikkeling: De krabbels rechtsonder vragen of het dossier nu "geborgen" (gearchiveerd) kan worden omdat er "niets op staat" (geen bezwaren of verdere actiepunten meer zijn). Dit document is een schrijnend voorbeeld van de 'banaliteit van het kwaad' en de bureaucratische precisie tijdens de Holocaust in Nederland. In juni 1942, de maand waarin dit document is opgesteld, begonnen de voorbereidingen voor de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen. Ambtenaren hielden zich in deze periode minutieus bezig met het vaststellen wie wel of niet als "Jood" volgens de nazi-definities werd aangemerkt, of iemand een ster moest dragen, en of iemand nog mocht werken (zoals op de markt staan). De vermelding "Heeft geen ster" was voor de betrokkene op dat moment een cruciaal, levensreddend gegeven in de ambtelijke molen.