Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie/adviesaanvraag.
Origineel
Getypt afschrift van een ambtelijke correspondentie/adviesaanvraag. 6 augustus 1942. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak, Bad- en Zweminrichtingen. A f s c h r i f t .
No.20/17/13 M.1942.
No. 20/17/14 M. 1942.
No. 71/34 L.M.1942.
Tot nog toe is~~t~~ het standpunt ingenomen, dat indien men, zoals in dit
geval, formeel recht ~~heeft~~ op een ventvergunning kan doen gelden, de
belanghebbende die vergunning op zijn verzoek wordt verleend.
Deze man heeft vroeger een ventvergunning gehad, Deze is inge-
trokken wegens ventschuld(f2,800) Wanneer hij die aanzuivert zou hij dus
de vergunning opnieuw kunnen krijgen. Het is zeer wel denkbaar, dat de
man niet voldoende op de markt in zijn onderhoud kan voorzien, want over
het gebrek aan verdienste op de markten is veel geklaagd.
Oudhof heeft zich niet voor eenstandplaats op de markt Beethoven-
straat laten inschrijven. Aan uitbreiding van het aantal standplaatsen
aldaar bestaat volgens Marktwezen geen behoefte.
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch-en Schoonmaak, Bad-en Zwemin-
richtingen stelt deze in handen van
den Directeur van het Marktwezen om
nader advies.
A'dam, 6 Augustus 1942. * Context van het verzoek: Het document behandelt de casus van de heer Oudhof, wiens ventvergunning (vergunning om op straat goederen te verkopen) was ingetrokken vanwege een "ventschuld" (achterstallige betaling van leges of pacht) van 2,80 gulden (mogelijk 28,00 afhankelijk van de lezing van de decimalen, maar 2,80 was destijds een gebruikelijk bedrag voor dergelijke achterstanden).
* Beleidslijn: De wethouder stelt dat het beleid tot nu toe is geweest om vergunningen toe te kennen indien er een "formeel recht" op rust. Er wordt gesuggereerd dat Oudhof zijn vergunning terug kan krijgen als hij zijn schuld betaalt.
* Economische omstandigheden: De tekst geeft een interessant inkijkje in de economische situatie van die tijd: er wordt opgemerkt dat het "zeer wel denkbaar" is dat Oudhof niet rond kon komen van enkel de marktverkoop, aangezien er veel klachten waren over lage verdiensten op de markten.
* Specifieke locatie: Er wordt specifiek verwezen naar de markt in de Beethovenstraat. Oudhof had zich hier niet ingeschreven, en de afdeling Marktwezen zag geen noodzaak om het aantal plaatsen daar uit te breiden. Dit document stamt uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam stond op dat moment onder streng bestuur. De Beethovenstraat bevond zich in Amsterdam-Zuid, een wijk die zwaar getroffen werd door de anti-Joodse maatregelen van de bezetter, aangezien er veel Joodse Amsterdammers woonden en werkten. Hoewel dit specifieke document een puur administratieve kwestie over een ventvergunning lijkt, past het in de bredere context van de bureaucratische controle op de voedselvoorziening en economische bedrijvigheid (via de Wethouder voor Levensmiddelen) tijdens de oorlogsjaren, waarin schaarste en strikte regulering de dagelijkse realiteit bepaalden.